Socialezekerheidsrecht
Hersteluitspraak ten aanzien van de proceskostenveroordeling. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2020:2206
Rechtbank Rotterdam, 25 maart 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:2487 · Rechtbank Rotterdam · 25 maart 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2020-2487
Zaakgegevens
Op 25 maart 2020 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 25 maart 2020
- Datum publicatie
- 23 maart 2020
- Zaaknummer
- AWB - 19/681 hersteluitspraak
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2020:2487
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Hersteluitspraak ten aanzien van de proceskostenveroordeling.
Zie ook ECLI:NL:RBROT:2020:2206
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 19/681
uitspraak van de enkelvoudige kamer ter verbetering van de uitspraak van 17 maart 2020, zaaknummer AWB 19/681 in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder,
gemachtigde: mr. H. Woltman.
Overwegingen
Naar aanleiding van een brief van eiseres heeft de rechtbank vastgesteld dat in de uitspraak van 17 maart 2020 ten onrechte geen punt is toegekend voor het bijwonen van de hoorzitting. Derhalve zal de rechtbank voormelde uitspraak als volgt herstellen.
Beslissing
Rechtsoverweging 8.2. van de uitspraak van 17 maart 2020 wordt vervangen door:
De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.100,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het bijwonen van de hoorzitting, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 525,- en wegingsfactor 1).
Dit betekent dat voor zover onder het kopje beslissing is opgenomen dat verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten tot een bedrag van € 1.660,91 de rechtbank beslist dat verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten tot een bedrag van € 2.185,91.
Voor het overige laat de rechtbank de uitspraak van 17 maart 2020 ongewijzigd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.P.J. Schoonen, rechter, in tegenwoordigheid van
J.G. Mierop, griffier. De uitspraak is gedaan op 25 maart 2020 en openbaar gemaakt door middel van publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is buiten staat De rechter is verhinderd te tekenen
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Deze uitspraak brengt geen wijziging in de termijn voor hoger beroep tegen de oorspronkelijke uitspraak.