Socialezekerheidsrecht

Mondelinge uitspraak. Eenmalige energietoeslag 2023. Het beroep is ongegrond.

Rechtbank Rotterdam, 20 januari 2025

Zaakgegevens

Op 20 januari 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
20 januari 2025
Datum publicatie
28 maart 2025
Zaaknummer
AWB - 24 _ 3107
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:4026
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mondelinge uitspraak. Eenmalige energietoeslag 2023. Het beroep is ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 24/3107


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

20 januari 2025 in de zaak tussen


[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

en

het Dagelijks Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Avres, Avres

(gemachtigde: mr. S. de Groot).

Zitting

De rechtbank heeft het beroep op 20 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van Avres.

Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Motivering

1. In deze zaak gaat het om de aanvraag van eiseres om de eenmalige energietoeslag 2023. Niet in geschil is dat het totale netto-inkomen van eiseres ten tijde van de aanvraag hoger lag dan de geldende inkomensgrens om hiervoor in aanmerking te komen. Avres was daarom op grond van de Beleidsregels van Avres in beginsel bevoegd om de aanvraag af te wijzen. Eiseres heeft een beroep gedaan artikel 5 van de Beleidsregels, de hardheidsclausule. Op grond van die bepaling kan een betrokkene in afwijking van de Beleidsregels alsnog in aanmerking komen voor een eenmalige energietoeslag indien dringende redenen hiertoe noodzaken. De rechtbank oordeelt dat niet gebleken is dat sprake is van dringende redenen als bedoeld in deze bepaling. Het feit dat in 2023 slechts in elf maanden inkomen is genoten, is daarvoor onvoldoende

2. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Ook krijgt eiseres geen vergoeding van haar proceskosten.

3. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2025 door mr. S. Veling, rechter, in aanwezigheid van R.P. Evegaars, griffier.

griffier

rechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.