Socialezekerheidsrecht

Het college had de bijstandsuitkering van verzoekster verlaagd met 100% gedurende een maand (maatregel). Na…

Rechtbank Rotterdam, 29 januari 2025

Zaakgegevens

Op 29 januari 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
29 januari 2025
Datum publicatie
15 april 2025
Zaaknummer
ROT 24/11823
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:4571
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Het college had de bijstandsuitkering van verzoekster verlaagd met 100% gedurende een maand (maatregel). Na heroverweging van de feiten en omstandigheden van de zaak heeft het college besloten de maatregel in te trekken. Verzoekster heeft aangegeven dat zij voornemens was om het verzoek om een voorlopige voorziening in te trekken maar heeft daarna niets meer van zich laten horen. Nu het college heeft meegedeeld dat de maatregel is ingetrokken en dat de uitkering van verzoekster inmiddels is hersteld, is de voorzieningenrechter van oordeel dat er geen spoedeisend belang meer bestaat bij het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af maar ziet wel aanleiding om te bepalen dat het college het griffierecht van verzoekster aan haar terugbetaalt.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 24/11823


uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 januari 2025 in de zaak tussen


[verzoekster], uit Rotterdam, verzoekster


en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college

(gemachtigde: mr. S. Ercan).

Inleiding

1.1.

Met het bestreden besluit van 21 november 2024 heeft het college de uitkering van verzoekster op grond van de Participatiewet verlaagd met 100% gedurende de maand december 2024. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

1.2.

Bij mailbericht van 15 januari 2025 heeft het college verzoekster en de voorzieningenrechter bericht dat het na heroverweging van de feiten en omstandigheden van de zaak heeft besloten dat het bestreden besluit niet houdbaar is. De maatregel is daarom op 14 januari 2025 ingetrokken en het bedrag aan te veel ingehouden uitkering is aan verzoekster uitbetaald.

1.3.

Bij mailbericht van 15 januari 2025 heeft de griffier van de rechtbank verzoekster gevraagd mee te delen of zij vanwege het bericht van het college van 15 januari 2025 het verzoek om een voorlopige voorziening wil intrekken. Daarbij heeft de rechtbank verzoekster gevraagd om, als zij haar verzoek handhaaft, mee te delen waarom zij het verzoek wil handhaven.

1.4.

De griffier van de rechtbank heeft verzoekster voorafgaand aan de zitting op 16 januari 2025 telefonisch gesproken. Verzoekster heeft meegedeeld dat zij het bericht van de rechtbank van 15 januari 2025 in haar mailbox heeft ontvangen en dat zij voornemens was haar verzoek om een voorlopige voorziening (schriftelijk) in te trekken. De rechtbank heeft vervolgens niets meer van verzoekster vernomen.

1.5.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 16 januari 2025 op zitting behandeld. Verzoekster is niet verschenen. De gemachtigde van het college is met bericht niet verschenen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2.1.

Verzoekster heeft om een voorlopige voorziening verzocht. Dat betreft een spoedprocedure. De voorzieningenrechter moet daarom eerst beoordelen of sprake is van een spoedeisend belang.

2.2.

Nu het college in het mailbericht van 15 januari 2025 heeft meegedeeld dat de maatregel is ingetrokken en dat de uitkering van verzoekster inmiddels is hersteld, is de voorzieningenrechter van oordeel dat er geen spoedeisend belang meer bestaat bij het treffen van een voorlopige voorziening. In het feit dat het college aan verzoekster tegemoet is gekomen door de uitkering te herstellen, ziet de voorzieningenrechter aanleiding te bepalen dat het college het door verzoekster betaalde griffierecht vergoedt.

Conclusie en gevolgen

3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening treft. Verzoekster heeft € 51,- aan griffierecht betaald. De voorzieningenrechter zal op grond van artikel 8:82, vijfde lid, van de Awb bepalen dat het college het betaalde griffierecht moet terugbetalen. Voor vergoeding van proceskosten bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;

  • bepaalt dat het college het door verzoekster betaalde griffierecht tot een bedrag van € 51,- aan haar terug betaalt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.M. Goossens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.I. van der Hoek, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2025.

de griffier is verhinderd deze uitspraak

te ondertekenen

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht.