Socialezekerheidsrecht
Eiseres heeft een aanvraag gedaan om compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De…
Rechtbank Rotterdam, 12 oktober 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:13909 · Rechtbank Rotterdam · 12 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2026-13909
Zaakgegevens
Op 12 oktober 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 12 oktober 2026
- Datum publicatie
- 13 oktober 2026
- Zaaknummer
- ROT 25/2125
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:13909
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Eiseres heeft een aanvraag gedaan om compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag afgewezen, omdat sprake is van een ernstige onregelmatigheid: eiseres heeft geen kinderopvang afgenomen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Dienst Toeslagen terecht vastgesteld dat deze ernstige onregelmatigheid aan eiseres toerekenbaar is, omdat het aannemelijk is dat de betaalde kinderopvangtoeslag aan eiseres (een bankrekening van een minderjarig kind) ten goede is gekomen. Het beroep is ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/2125
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 oktober 2026 in de zaak tussen
[naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. S.C. Scheermeijer),
en
Dienst Toeslagen
(gemachtigde: [naam gemachtigde] ).
Samenvatting
1. Eiseres heeft een aanvraag gedaan om compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag afgewezen, omdat sprake is van een ernstige onregelmatigheid: eiseres heeft geen kinderopvang afgenomen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Dienst Toeslagen terecht vastgesteld dat deze ernstige onregelmatigheid aan eiseres toerekenbaar is, omdat het aannemelijk is dat de betaalde kinderopvangtoeslag aan eiseres ten goede is gekomen. Het beroep is ongegrond.
Procesverloop
2. Met het besluit van 10 februari 2023 heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag van eiseres om compensatie op grond van de Wht afgewezen.
Met het besluit van 27 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft de Dienst Toeslagen het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 10 februari 2023 ongegrond verklaard.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op de zitting van 7 april 2026 behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, mr. J. van de Ende (een kantoorgenoot van de gemachtigde van eiseres), [persoon A] (een vriendin van eiseres die als tolk optrad) en de gemachtigde van de Dienst Toeslagen.
Met een brief van 23 april 2026 heeft de rechtbank het onderzoek heropend. Met een brief van 23 april 2026 heeft de rechtbank vragen gesteld aan ING Bank N.V. (ING) over een kinderrekening die op naam zou staan van een destijds minderjarig kind van eiseres. Met een brief van 21 mei 2026 en een mail van 9 juni 2026 is ING nogmaals verzocht de gestelde vragen te beantwoorden. De rechtbank heeft geen reactie van ING ontvangen.
Geen van de partijen heeft, nadat zij zijn gewezen op hun recht op een nadere zitting te worden gehoord, verklaard dat zij gebruik wil maken van dit recht. De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.
Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres heeft compensatie aangevraagd op grond van de Wht. De Dienst Toeslagen heeft vastgesteld dat het aannemelijk is dat sprake is geweest van vooringenomen handelen in de toeslagjaren 2010 en 2012, omdat de brieven waarin eiseres is gevraagd informatie toe te sturen, niet zijn teruggevonden. Toch bestaat volgens de Dienst Toeslagen geen recht om compensatie, omdat sprake is van een ernstige onregelmatigheid. Eiseres heeft namelijk geen kinderopvang afgenomen. Ten aanzien van het toeslagjaar 2013 was volgens de Dienst Toeslagen geen sprake van vooringenomen handelen of een te harde toepassing van het wettelijke systeem. De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag daarom afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard.
Beoordeling door de rechtbank
4. Eiseres betoogt dat de ernstige onregelmatigheid dat zij geen kinderopvang heeft afgenomen, niet aan haar toerekenbaar is. Zij betwist dat zij de aanvraag om kinderopvangtoeslag zelf heeft gedaan. De Belastingdienst heeft destijds niet gecontroleerd wie de aanvraag om kinderopvangtoeslag heeft gedaan: burgers werden aangemoedigd om zo nodig de DigiD-gegevens van hun buurman te gebruiken.
5. Voor de beoordeling van het beroep zijn de volgende regels van belang. De Dienst Toeslagen kent geen compensatie toe indien de door de aanvrager van een kinderopvangtoeslag geleden schade is te wijten aan ernstige onregelmatigheden die aan hem toerekenbaar zijn. Als sprake is van een ernstige onregelmatigheid, moet eiseres aannemelijk maken dat die niet aan haar toerekenbaar is.
6. Tussen partijen is niet in geschil dat het feit dat eiseres geen kinderopvang heeft afgenomen een ernstige onregelmatigheid is in de zin van artikel 2.1, tweede lid, van de Wht. De rechtbank beoordeelt alleen of de Dienst Toeslagen terecht heeft vastgesteld dat deze ernstige onregelmatigheid aan eiseres toerekenbaar is.
7. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Op 15 oktober 2010 is € 45.551,- aan kinderopvangtoeslag uitbetaald op rekeningnummer [rekeningnummer] . Volgens de Dienst Toeslagen staat deze rekening op naam van [persoon B] , een van de kinderen van eiseres, geboren op [geboortedatum] 2007. Deze informatie is volgens de Dienst Toeslagen destijds door ING verstrekt. Eiseres ontkent dat haar zoon een dergelijke rekening had. Hij was minderjarig, zij had als enige het ouderlijk gezag en zij heeft geen toestemming gegeven om een dergelijke rekening te openen. Volgens eiseres heeft ING verklaard dat de bank niet meer beschikt over informatie met betrekking tot de rekening. ING heeft niet gereageerd op vragen van de rechtbank.
8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Dienst Toeslagen terecht vastgesteld dat de ernstige onregelmatigheid dat eiseres geen kinderopvang heeft afgenomen aan haar toerekenbaar is. De rechtbank heeft onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan de informatie over de tenaamstelling van de rekening waarop kinderopvangtoeslag is betaald. Nu eiseres als enige het ouderlijk gezag had en haar zoon ten tijde van de betaling minderjarig was, is bovendien aannemelijk dat eiseres kon beschikken over de betaalde kinderopvangtoeslag. Dat betekent dat het aannemelijk is dat de kinderopvangtoeslag aan eiseres ten goede is gekomen. Daarmee is het niet aannemelijk dat zij slachtoffer is geweest van fraude door een derde. Dat de Dienst Toeslagen destijds niet controleerde wie de aanvrager van kinderopvangtoeslag was, doet geen afbreuk aan de conclusie dat het aannemelijk is dat de kinderopvangtoeslag aan eiseres ten goede is gekomen. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie
9. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiseres geen recht heeft op compensatie. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.P. Ferwerda, rechter, in aanwezigheid van
mr.J. Nieuwstraten, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 12 oktober 2026.
De griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.