Socialezekerheidsrecht
Uitspraak op een verzoek om proceskostenveroordeling na intrekking van het beroep niet-tijdig beslissen.
Rechtbank Rotterdam, 15 januari 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:300 · Rechtbank Rotterdam · 15 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2026-300
Zaakgegevens
Op 15 januari 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 15 januari 2026
- Datum publicatie
- 15 januari 2026
- Zaaknummer
- ROT 25/1087
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:300
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Uitspraak op een verzoek om proceskostenveroordeling na intrekking van het beroep niet-tijdig beslissen.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/1087
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 januari 2026 in de zaak tussen
[verzoekster], uit Dordrecht, verzoekster
(gemachtigde: mr. A.T. Meijhuis),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: mr. S. Roodenburg).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaarschrift. Verzoekster heeft haar beroep ingetrokken, omdat het UWV een beslissing op bezwaar heeft genomen.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft hierop met de brief van 4 september 2025 gereageerd.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
Is het UWV aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
5. Op 28 januari 2025 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het uitblijven van het nemen van een beslissing op bezwaar door het UWV. Het UWV heeft hierna een beslissing op bezwaar genomen. Met het nemen van een beslissing op bezwaar is het UWV tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.
Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoekster vergoeden?
6. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. Omdat de zaak een licht gewicht heeft, is op de waarde een factor van 0,5 toegepast. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 467,-.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
7. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden.Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het UWV wenden.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E.C. Debets, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2026.
de griffier is verhinderd te tekenen
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.