Socialezekerheidsrecht

SV. pkv verzoek toegewezen na nieuw besluit Wajogn.

Rechtbank Rotterdam, 20 mei 2026

Zaakgegevens

Op 20 mei 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
20 mei 2026
Datum publicatie
19 mei 2026
Zaaknummer
ROT 25/9723
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:5701
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

SV. pkv verzoek toegewezen na nieuw besluit Wajogn.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/9723


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2026 in de zaak tussen


[naam] , uit [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. S.C. van Paridon),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV

(gemachtigde: mr. M.B.A. van Grinsven).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek om een veroordeling van het UWV in de proceskosten.

1.1.

Op 20 oktober 2025 heeft het UWV een besluit op bezwaar genomen, waarin verzoekers bezwaar tegen de afwijzing van zijn herhaalde aanvraag voor een Wajong-uitkering ongegrond is verklaard. Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld.

1.2.

Op 9 april 2026 heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Met dit besluit heeft het UWV het bezwaar van verzoeker gegrond verklaard en bepaald dat verzoeker per 9 september 2024 recht heeft op een Wajong-uitkering.

1.3.

Op 24 april 2026 heeft verzoeker het beroep ingetrokken en een verzoek ingediend om het UWV te veroordelen in de gemaakte proceskosten.

1.4.

De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft op 4 mei 2026 schriftelijk gereageerd en aangegeven zich te conformeren aan de uitspraak van de rechtbank.

1.5.

De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

Is het UWV aan verzoeker tegemoetgekomen?

4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.

4.1.

Op 26 november 2025 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van 20 oktober 2025 waarin het bezwaar van verzoeker ongegrond is verklaard. Het UWV heeft gedurende de beroepsprocedure, met het besluit van 9 april 2026, het bezwaar van verzoeker gegrond verklaard en een Wajong-uitkering toegekend. Hiermee is het UWV tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.

Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoeker vergoeden?

5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 934,- omdat de gemachtigde van verzoeker een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?

6. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden.Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot het UWV wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E.C. Debets, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Awb. Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.