Socialezekerheidsrecht

Hersteluitspraak. Zie voor de uitspraak ECLI:NL:RBROT:2026:4574.

Rechtbank Rotterdam, 21 april 2026

Zaakgegevens

Op 21 april 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
21 april 2026
Datum publicatie
21 april 2026
Zaaknummer
ROT 26/2858 (hersteluitspraak)
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:4688
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hersteluitspraak. Zie voor de uitspraak ECLI:NL:RBROT:2026:4574.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 26/2858 (hersteluitspraak)


uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 april 2026 ter verbetering van de uitspraak van 20 april 2026 in de zaak tussen


[naam verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV

(gemachtigde: [naam gemachtigde] ).

Beoordeling door de voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter is gebleken dat de uitspraak van 20 april 2026 een kennelijke verschrijving bevat die zich leent voor eenvoudig herstel. In de uitspraak is per abuis een zin weggevallen aan het einde van rechtsoverweging 4.

De voorzieningenrechter ziet hierin aanleiding om de uitspraak als volgt aan te passen.

Hierbij wordt opgemerkt dat dit geen gevolgen heeft voor de conclusie en het dictum van de uitspraak van 20 april 2026.

Beslissing

De voorzieningenrechter verbetert haar uitspraak van 20 april 2026 als volgt. Aan het einde van rechtsoverweging 4 wordt de volgende zin toegevoegd:

Na de zitting heeft de voorzieningenrechter overigens kennis genomen van het herzieningsbesluit van de gemeente Rotterdam van 10 april 2026, omdat verzoekster dit besluit per e-mailbericht van 17 april 2026 aan de rechtbank heeft toegestuurd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Rutten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 21 april 2026.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.