Arbeidsrecht

Arbeidszaak. Ontbinding arbeidsovereenkomst vanwege verstoorde arbeidsverhouding.

Rechtbank Rotterdam, 11 juni 2024

Zaakgegevens

Op 11 juni 2024 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
11 juni 2024
Datum publicatie
25 juni 2024
Zaaknummer
11004002
Rechtsgebied
Civiel recht Arbeidsrecht
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2024:5873
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Arbeidszaak. Ontbinding arbeidsovereenkomst vanwege verstoorde arbeidsverhouding.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11004002 VZ VERZ 24-2810

datum uitspraak: 11 juni 2024

Beschikking van de kantonrechter

in de zaak van

Flowserve B.V.,

vestigingsplaats: Etten-Leur,

verzoekster,

gemachtigde: mr. J.C.P. van Kollenburg,

tegen

[verweerder] ,

woonplaats: [woonplaats],

verweerder,

gemachtigde: mr. R.D. Ramnath.

De partijen worden ‘Flowserve’ en ‘[verweerder]’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • het verzoekschrift van Flowserve, met bijlagen 1 tot en met 15;

  • het verweerschrift van [verweerder], met bijlagen 1 tot en met 4;

  • de mail van [verweerder] met bijlage 5;

  • de mail van Flowserve met bijlagen 16 tot en met 18;

  • de spreekaantekeningen van de gemachtigde van Flowserve.

1.2.

Op 28 mei 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig:

- [naam 1] (General Manager) en [naam 2] (HR-manager) voor Flowserve met

mr. Van Kollenburg;

- [verweerder], in het bijzijn van zijn echtgenote, met mr. Ramnath.

2 De beoordeling

2.1.

Flowserve heeft ter zitting haar standpunt gewijzigd en verzoekt de kantonrechter thans de arbeidsovereenkomst te ontbinden per 1 augustus 2024 omdat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. Volgens Flowserve is dit niet aan [verweerder] te wijten.

2.2.

[verweerder] heeft eerst verweer gevoerd tegen ontbinding van de arbeidsovereenkomst, maar ontkent niet langer dat de arbeidsverhouding is verstoord. [verweerder] refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter over de ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

2.3.

De kantonrechter stelt vast dat de arbeidsverhouding is verstoord en dat het voor partijen daardoor niet meer mogelijk is om samen te werken. Dit is een redelijke grond en herplaatsing ligt niet voor de hand (artikel 7:669 lid 1 en 3 sub g BW). Er is sprake van een opzegverbod, maar vastgesteld wordt dat het verzoek geen verband houdt met omstandigheden waarop dat opzegverbod betrekking heeft. De arbeidsovereenkomst wordt daarom ontbonden (artikel 7:671b lid 1 onder a, lid 2 en lid 6 BW). De einddatum wordt vastgesteld op 1 augustus 2024. Daarbij is rekening gehouden met de opzegtermijn en de duur van deze procedure (artikel 7:671b lid 9 onder a BW).

2.4.

[verweerder] heeft recht heeft op een transitievergoeding, maar omdat Flowserve bereid is om een beëindigingsvergoeding te betalen van € 15.000,- bruto en [verweerder] daarmee instemt, zal dat bedrag worden toegekend. De transitievergoeding is daarin inbegrepen. Flowserve wordt veroordeeld tot betaling van deze vergoeding en om aan [verweerder] een correcte bruto/netto eindafrekening te verstrekken.

2.5.

De kantonrechter bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen. Dat betekent dat zij geen vergoeding hoeven te betalen voor de kosten die de andere partij voor deze rechtszaak heeft gemaakt.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

ontbindt de arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2024;

3.2.

veroordeelt Flowserve tot betaling aan [verweerder] van € 15.000,- bruto en om aan hem een correcte bruto/netto eindafrekening te verstrekken;

3.3.

bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken.

465