Burgerlijk procesrecht

Verzoek verlof conservatoir beslag. Vereiste van proportionaliteit. Wanverhouding tussen hoogte vordering en…

Rechtbank Rotterdam, 25 juli 2023

Zaakgegevens

Op 25 juli 2023 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
25 juli 2023
Datum publicatie
3 februari 2026
Zaaknummer
C/10/662701 / KG RK 23-830
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:13096
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek verlof conservatoir beslag. Vereiste van proportionaliteit. Wanverhouding tussen hoogte vordering en kosten beslaglegging. Verzoek afgewezen.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]Beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

Beschikking van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 662701 / KG RK 23-830

[verzoekster],

wonende in Kerkrade,

verzoekster,

advocaat mr. D.G.A. Rossi,

tegen

[verweerder] , handelend onder de naam [naam],

wonende in Hoogvliet,

verweerder.

1 De procedure

De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

  • het verzoekschrift van 21 juli 2023, met producties;

  • de brief van mr. Rossi van 25 juli 2023.

2 De beoordeling

2.1.

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van verlof voor het leggen van conservatoir derdenbeslag voor een vordering op verweerder van € 259 (exclusief verhoging conform de Beslagsyllabus). De vordering heeft betrekking op de koopsom voor een fiets die verzoekster van verweerder heeft gekocht. Verzoekster heeft de koop ontbonden en maakt daarom aanspraak op terugbetaling van de koopsom (artikel 6:230o BW en artikel 6:271 BW).

2.2.

Gelet op de hoogte van de vordering heeft de voorzieningenrechter verzoekster gevraagd naar de proportionaliteit van beslaglegging. In de brief van 25 juli 2023 heeft verzoekster daartoe het volgende aangevoerd:

  • het is aannemelijk dat verweerder te kwader trouw heeft gehandeld;

  • ondanks toezeggingen gaat verweerder niet over tot terugbetaling van de koopsom;

  • er zijn geen andere beslagmogelijkheden;

  • er zijn vermoedelijk andere schuldeisers.

2.3.

Geen van deze argumenten is steekhoudend voor wat betreft de vraag of voldaan is aan het vereiste van proportionaliteit van een beslag in het licht van de geringe omvang van de vordering. Daarbij dient te worden bedacht dat beslaglegging al snel enkele honderden euro’s kost, in elk geval ten minste het dubbele van de vordering. Bovendien is voor het onderhavige verzoek een griffierecht van € 314 verschuldigd. Dat griffierecht en de

beslagkosten komen uiteindelijk voor rekening van verweerder als in de hoofdzaak de vordering van verzoekster wordt toegewezen.

2.4.

Dit alles maakt dat sprake is van een wanverhouding tussen de beslagkosten en de vordering van verzoekster. De in 2.2 genoemde argumenten kunnen dat niet anders maken. Beslaglegging is daarmee disproportioneel. Het verzoek wordt afgewezen.

3 De beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2023.