Burgerlijk procesrecht
Niet-ontvankelijk verklaring na spoorwisselbeschikking. Verzoekster heeft verzocht verweerders te veroordelen…
Rechtbank Rotterdam, 17 december 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:13163 · Rechtbank Rotterdam · 17 december 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/beschikking/ecli-nl-rbrot-2024-13163
Zaakgegevens
Op 17 december 2024 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 17 december 2024
- Datum publicatie
- 30 december 2024
- Zaaknummer
- 11330960 VZ VERZ 24-8361
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2024:13163
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Niet-ontvankelijk verklaring na spoorwisselbeschikking. Verzoekster heeft verzocht verweerders te veroordelen tot betaling van onder andere achterstallig loon en wordt om een aantal verklaringen voor recht verzocht. Dat zijn vorderingen die niet bij verzoekschrift, maar bij dagvaarding moeten worden ingesteld (artikel 78 Rv). Verzoekster heeft - na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld - verweerders niet opgeroepen bij exploot. Verzoekster is dan ook niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11330960 VZ VERZ 24-8361
datum uitspraak: 17 december 2024
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoekster]
woonplaats: [woonplaats] ,
verzoekster,
die zelf procedeert,
tegen
1 NTT Data Business Solutions B.V. en Holding B.V.
vestigingsplaats: Eindhoven,
2. 2b Financed B.V.
vestigingsplaats: Oeienbosdijk,
verweerders.
De partijen worden hierna ‘ [verzoekster] ’ en ‘NTT en 2b Financed’ genoemd.
1 De beoordeling
Op 30 september 2024 heeft de rechtbank een verzoekschrift ontvangen van [verzoekster] . Daarin vraagt [verzoekster] om NTT en 2b Financed te veroordelen tot betaling van onder andere achterstallig loon. In het verzoek wordt o.a. aanspraak gemaakt op loon en wordt om een aantal verklaringen voor recht verzocht. Dat zijn vorderingen die niet bij verzoekschrift, maar bij dagvaarding moeten worden ingesteld (artikel 78 Rv). [verzoekster] heeft dus een verkeerd processtuk gebruikt.
De kantonrechter heeft [verzoekster] bij tussenbeschikking van 25 oktober 2024 in de gelegenheid gesteld om NTT en 2b Financed alsnog met een exploot (dagvaarding) door de deurwaarder te laten oproepen (artikel 45 Rv). Dit heeft [verzoekster] niet gedaan. Wel heeft [verzoekster] nog een groot aantal stukken aan de rechtbank gestuurd. Deze stukken zullen niet in behandeling worden genomen. Zoals in de tussenbeschikking van 25 oktober 2024 staat zal [verzoekster] niet-ontvankelijk worden verklaard, als zij NTT en 2b Financed niet uiterlijk tegen 20 november 2024 heeft opgeroepen bij exploot.
[verzoekster] wordt gelet op het voorgaande dan ook niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek en zij moet daarom de proceskosten dragen. Omdat NTT en 2b Financed (nog) niet in de procedure zijn verschenen, hebben zij geen proceskosten gemaakt. [verzoekster] moet daarom alleen haar eigen proceskosten dragen.