Burgerlijk procesrecht

Verweerder verzoekt proceskostenveroordeling nadat verzoekster het verzoekschrift heeft ingetrokken…

Rechtbank Rotterdam, 27 juni 2025

Zaakgegevens

Op 27 juni 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
27 juni 2025
Datum publicatie
20 augustus 2025
Zaaknummer
11728759 VZ VERZ 25-4034
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:10105
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verweerder verzoekt proceskostenveroordeling nadat verzoekster het verzoekschrift heeft ingetrokken. Verweerder heeft geen griffierecht betaald of proceshandelingen verricht. Proceskosten worden gecompenseerd.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11728759 VZ VERZ 25-4034

datum uitspraak: 27 juni 2025

Beschikking van de kantonrechter

in de zaak van

[verzoekster] ,

vestigingsplaats: [plaats 1] ,

verzoekster,

gemachtigde: mr. H. Moltmaker,

tegen

[verweerder] ,

woonplaats: [plaats 2] ,

verweerder,

gemachtigde: mr. M.C.V. Dornstedt.

De partijen worden hierna ‘ [verzoekster] ’ en ‘ [verweerder] ’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • het verzoekschrift (ontvangen op 30 mei 2025), met bijlagen;

  • de e-mail van [verzoekster] van 17 juni 2025;

  • de brief van [verweerder] van 18 juni 2025;

  • de e-mail van [verzoekster] van 18 juni 2025.

2 De beoordeling

Waar gaat deze zaak over?

2.1.

Waar gaat deze zaak over?

2.2.

[verweerder] was werkzaam bij [verzoekster] op basis van een arbeidsovereenkomst. [verzoekster] heeft in oktober 2024 voor [verweerder] een ontslagvergunning aangevraagd bij het UWV. Het UWV heeft deze ontslagvergunning op 3 april 2025 geweigerd. Partijen hebben vervolgens op 23 mei 2025 een beëindigingsovereenkomst gesloten.

2.3.

[verzoekster] heeft op 30 mei 2025 een verzoekschrift bij de kantonrechter ingediend. [verzoekster] heeft de kantonrechter daarin verzocht om, indien [verweerder] gebruik maakt van zijn recht om de beëindigingsovereenkomst binnen twee weken te ontbinden, de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden.

2.4.

[verzoekster] heeft op 17 juni 2025 haar verzoek ingetrokken omdat de bedenktermijn inmiddels is verstreken en [verweerder] geen gebruik heeft gemaakt van zijn recht de beëindigingsovereenkomst te ontbinden. [verweerder] heeft de kantonrechter vervolgens op 18 juni 2025 verzocht om [verzoekster] conform het geldende tarief in de proceskosten te veroordelen. [verzoekster] heeft de kantonrechter laten weten het daar niet mee eens te zijn, omdat [verweerder] geen proceskosten heeft gemaakt.

De kantonrechter bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen

2.5.

Op grond van artikel 289 Rv kan de kantonrechter ambtshalve of op verzoek een proceskostenveroordeling uitspreken.

2.6.

De kantonrechter ziet in dit geval geen aanleiding om [verzoekster] in de proceskosten van [verweerder] te veroordelen. [verweerder] heeft namelijk geen griffierecht hoeven betalen en door of namens [verweerder] zijn ook geen processtukken ingediend. Hoewel de kantonrechter zich kan voorstellen dat naar aanleiding van het verzoekschrift van [verzoekster] aan de zijde van [verweerder] werkzaamheden zijn verricht, zijn dit geen werkzaamheden die in het kader van deze procedure voor een vergoeding in aanmerking komen. De kantonrechter bepaalt daarom dat beide partijen de eigen proceskosten dragen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen.

Deze beschikking is gegeven door mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.

62828