Burgerlijk procesrecht

Bevoegdheid kantonrechter.

Rechtbank Rotterdam, 2 juli 2021

Zaakgegevens

Op 2 juli 2021 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
2 juli 2021
Datum publicatie
30 juni 2021
Zaaknummer
9125568
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2021:6190
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bevoegdheid kantonrechter.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9125568 CV EXPL 21-12041

uitspraak: 2 juli 2021

vonnis in het incident van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam

in de zaak van:

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats eiseres],

eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident,

gemachtigde: mr. S. Suzen te Rotterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde],

gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident,

gemachtigde: mr. R. van Noord te Ridderkerk.

Partijen worden hierna ‘[eiseres]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1. De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

• de dagvaarding met producties van [eiseres] van 18 maart 2021;

• de conclusie van antwoord in de hoofdzaak, tevens conclusie van eis in het bevoegdheidsincident, van [gedaagde] van 4 mei 2021;

• de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident van [eiseres] van

1 juni 2021.

2. Het geschil (in het incident) en de beoordeling daarvan

2.1

De kantonrechter behandelt en beslist zaken waarin het maximaal om € 25.000,00 gaat en/of zaken van onbepaalde waarde als er duidelijke aanwijzingen bestaan dat die vordering geen hogere waarde dan € 25.000,00 vertegenwoordigt, aldus artikel 93 aanhef en onder a en b Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

2.2

[gedaagde] stelt dat de door [eiseres] onder I in haar dagvaarding gevorderde verklaring voor recht een waarde van € 12.539,92 vertegenwoordigt en dat de totale vordering, gelet op wat [eiseres] onder II van haar dagvaarding vordert, in totaal in ieder geval € 27.994,96 bedraagt. De kantonrechter is daarom volgens [gedaagde] niet bevoegd om kennis te nemen van dit geschil. [eiseres] refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.

2.3

De kantonrechter komt op grond van wat onder 2.1 en 2.2 is overwogen tot het oordeel dat zij inderdaad niet bevoegd is kennis te nemen van de vordering van [eiseres]. De zaak wordt daarom in de stand waarin zij zich bevindt doorverwezen naar de handelskamer van deze rechtbank.

3. De beslissing

De kantonrechter:

- verwijst de zaak naar de rolzitting van de handelskamer van deze rechtbank van woensdag 4 augustus 2021 om 10:00 uur om de zaak daar voort te zetten in de stand waarin zij zich thans bevindt;

- wijst partijen erop dat zij in de procedure bij de handelskamer niet in persoon kunnen procederen, maar slechts bij advocaat;

- stelt vast dat beide partijen op basis van een toevoeging procederen en dat zij allebei, dus ook [gedaagde], bij de handelskamer een griffierecht van € 85,00 moeten betalen, waarbij wordt opgemerkt dat [eiseres] dit bedrag al heeft betaald bij de kantonrechter;

- draagt de griffier op de processtukken en een kopie van dit vonnis tijdig voor genoemde rolzitting naar de griffier van de handelskamer te sturen.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. E. van Schouten en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

686