Civiel recht overig
Rechtbank Rotterdam · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Rotterdam, 6 juli 2000
ECLI:NL:RBROT:2000:AA6408 · Rechtbank Rotterdam · 6 juli 2000
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2000-aa6408
Zaakgegevens
Op 6 juli 2000 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 juli 2000
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 135380 / HA RK 00 -181
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. W.A Luiten te Rotterdam, mr. J.F. Schultz te Emmen
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2000:AA6408
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
A R R O N D I S S E M E N T S R E C H T B A N K
T E R O T T E R D A M
Zaaknummer/Rekestnummer: 135380/HA RK 00-181
De arrondissementsrechtbank te Rotterdam, enkelvoudige kamer.
De beslissing op het op 15 maart 2000 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschrift, met bijlagen, van:
de naamloze vennootschap
N.V. MAATSCHAPPIJ VAN ASSURANTIE,
DISCONTERING EN BELEENING DER STAD ROTTERDAM ANNO 1720,
gevestigd te Rotterdam,
verzoekster,
procureur: mr. P.W. van Baal,
advocaat: mr. W.A. Luiten te Rotterdam,
strekkende tot het bevelen van een voorlopig deskundigen-onderzoek.
Het verzoekschrift richt zich tegen:
[naam]
wonende te [plaats],
verweerster,
procureur: mr. F.A. Tromp,
advocaat: mr. J.F. Schultz te Emmen.
1. Het verloop van de procedure
1.1
De rechtbank heeft in deze zaak een tussenbeslissing gegeven op 18 mei 2000, waarbij [verweerster]in de gelegenheid is gesteld om binnen drie weken na deze tussenbeschikking schriftelijk aan de rechtbank mede te delen of zij alsnog akkoord kan gaan met een voorlopig deskundigenonderzoek uit te voeren door twee deskundigen, te weten een van de door haar in haar antidotaal rekest voorgestelde deskundigen tezamen met de door Stad Rotterdam voorgestelde dr.[deskundige 1].
De inhoud van die beslissing geldt als hier herhaald en ingelast.
1.2
Bij schrijven van haar raadsman d.d. 30 mei 2000 heeft [verweerster] bericht dat zij niet kan instemmen met een onderzoek door één van de drie door Stad Rotterdam voorgestelde artsen.
2. De verdere beoordeling van het verzoekschrift en het bij verweerschrift gedane zelfstandig verzoek
Nu [verweerster] heeft gepersisteerd bij haar weigering mee te werken aan een onderzoek door een van de door Stad Rotterdam voorgestelde deskundigen, ook indien zulks in samenwerking met een van de door haarzelf voorgestelde deskundigen zou geschieden, zal de rechtbank, onder verwijzing naar hetgeen zij in haar voormelde tussenbeslissing heeft overwogen, zowel het verzoekschrift van verzoekster als het bij verweerschrift gedane zelfstandige verzoek van verweerster afwijzen.
3. De beslissing
de rechtbank,
verklaart zich bevoegd van het verzoekschrift kennis te nemen;
wijst af het verzoekschrift van verzoekster;
wijst af het bij verweerschrift gedane zelfstandig verzoek van verweerster.
Deze beslissing is gegeven op 6 juli 2000 door
mr. F.J.W.M. van Dooren, in tegenwoordigheid van
mr. S. Standaert-Dobbelaar, griffier.
1158