Civiel recht overig

Bevoegdheidsincident. Internationale bevoegdheid. Brussel I bis. Koop. Geldlening. Art 7 sub 1. Forumkeuze…

Rechtbank Rotterdam, 28 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 28 oktober 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
28 oktober 2026
Datum publicatie
29 oktober 2026
Zaaknummer
C/10/724080 HA ZA 26-656
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. P. Thole, mr. C. Canters
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:14926
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bevoegdheidsincident. Internationale bevoegdheid. Brussel I bis. Koop. Geldlening. Art 7 sub 1. Forumkeuze toegelaten door bevoegdheidsregels betreffende consumenten?

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven

Zaaknummer: C/10/724080 / HA ZA 26-656

Vonnis in incident van 28 oktober 2026

in de zaak van

[persoon A] ,

te [plaats] ,

eisende partij in de hoofdzaak,

verwerende partij in het incident,

hierna te noemen: [persoon A] ,

advocaat: mr. P. Thole,

tegen

NESTEX B.V.,

te Schepdaal (België),

gedaagde partij in de hoofdzaak,

eisende partij in het incident,

hierna te noemen: Nestex,

advocaat: mr. C. Canters.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 12 juni 2026, met producties 1 tot en met 7;

- de incidentele conclusie tot onbevoegdheid, met producties 1 en 2;

- de conclusie van antwoord in het incident.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 Het gevorderde in de hoofdzaak

2.1.

[persoon A] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en gewaarmerkt als Europese executoriale titel (EET):

I. voor recht verklaart dat de koopovereenkomst gesloten tussen [persoon A] en Nestex van 15 juli 2025 rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden;

II. Nestex veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [persoon A] te betalen een bedrag van € 39.365,--, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 14 februari 2026 tot de dag van de volledige betaling;

III. Nestex veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [persoon A] te betalen een bedrag van € 44.809,86,-- ter zake van de openstaande geldlening, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 mei 2026 tot de dag van de volledige betaling;

IV. Nestex veroordeelt in de proceskosten, inclusief de nakosten, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente indien Nestex niet binnen veertien dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis aan de proceskostenveroordeling heeft voldaan.

2.2.

Deze zaak heeft betrekking op twee verschillende vorderingen van [persoon A] op Nestex. [persoon A] stelt hierover het volgende.

De eerste vordering ziet op de ontbinding van een koopovereenkomst ter zake van een

gekochte auto. [persoon A] heeft op 15 juli 2025 een Audi Q3 Sportback (2024) gekocht van

Nestex voor een bedrag van € 34.500,--. De auto bleek bij aflevering te zijn behept met

een fors aantal gebreken die het normale en veilige gebruik van de auto ernstig

belemmeren. Ondanks een ingebrekestelling in december 2025 en een sommatie in januari 2026 heeft Nestex nagelaten de gebreken te verhelpen dan wel de koopsom te restitueren. De koopovereenkomst is bij brief van 30 januari 2026 buitengerechtelijk door [persoon A]

ontbonden. [persoon A] vordert (terug)betaling van € 39.365,--, bestaande uit de koopprijs,

de door haar betaalde BPM-aanslag en een aantal herstelkosten die zij heeft moeten

maken.

De tweede vordering betreft een onbetaald gebleven geldlening. [persoon A] heeft in juli en

augustus 2025 aan Nestex een bedrag van in totaal € 45.000,-- geleend ten behoeve van

de aankoop en doorverkoop van auto's. Nestex heeft slechts € 2.000,- terugbetaald en

heeft zich na de ontbinding van de koopovereenkomst volledig onttrokken aan

communicatie. Daarmee is ook de lening niet meer afgelost. Na opzegging van de lening

met inachtneming van de wettelijke termijn vordert [persoon A] het resterende bedrag aan

hoofdsom vermeerderd met rente.

3 Het geschil in het incident

3.1.

Nestex vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart om van de vorderingen van [persoon A] kennis te nemen, met veroordeling van [persoon A] in de proceskosten onder de

bepaling dat, indien de proceskosten niet binnen veertien dagen nadat vonnis is gewezen zijn voldaan, daarover vanaf de vijftiende dag wettelijke rente verschuldigd zal zijn.

3.2.

[persoon A] voert verweer en concludeert tot afwijzing van het incidenteel gevorderde, met veroordeling van Nestex bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad in de proceskosten van het incident, te vermeerderen met de wettelijke rente indien deze kosten niet binnen veertien dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis zijn voldaan.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling in het incident

Inleiding

4.1.

Hier is sprake van een internationale zaak, omdat Nestex buiten Nederland haar woonplaats heeft. De rechtbank moet daarom ambtshalve onderzoeken of zij internationaal bevoegd is.

4.2.

Omdat sprake is van een burgerlijke of handelszaak in de zin van artikel 1 lid 1 van Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking) (Brussel I bis) die aanhangig is gemaakt na 10 januari 2015, het tijdstip van inwerkingtreding van Brussel I bis, is deze verordening materieel en temporeel van toepassing. Brussel I bis is ook formeel van toepassing, omdat de gedaagde in deze zaak, Nestex, woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat.

4.3.

De internationale bevoegdheid van deze rechtbank dient derhalve vastgesteld te worden aan de hand van Brussel I bis; als deze rechtbank geen internationale bevoegdheid kan ontlenen aan Brussel Ibis-Vo, dan is zij onbevoegd. Zie artikel 5 lid 1 Brussel I bis.

4.4.

Nestex heeft woonplaats buiten Nederland. Daarom kan de Nederlandse rechter in deze zaak geen rechtsmacht ontlenen aan de in artikel 4 lid 1 neergelegde hoofdbevoegdheidsregel van Brussel I bis dat de gerechten van die lidstaat rechtsmacht hebben op het grondgebied waarvan de gedaagde zijn woonplaats heeft.

4.5.

In deze zaak is sprake van een contractueel geschil. Met betrekking tot contractuele geschillen kent Brussel I bis, om te beginnen, de volgende alternatieve bevoegdheidsregeling:

Artikel 7 Brussel I bis

Een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, kan in een andere lidstaat voor de volgende gerechten worden opgeroepen:

1. a) ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst, voor het gerecht van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd;

b) voor de toepassing van deze bepaling is, tenzij anders is overeengekomen, de plaats van uitvoering van de verbintenissen die aan de eis ten grondslag ligt:

- voor de koop en verkoop van roerende lichamelijke zaken, de plaats in een lidstaat waar de zaken volgens de overeenkomst geleverd werden of geleverd hadden moeten worden;

- voor de verstrekking van diensten, de plaats in een lidstaat waar de diensten volgens de overeenkomst verstrekt werden of verstrekt hadden moeten worden;

c) punt a) is van toepassing indien punt b) niet van toepassing is.

4.6.

In deze zaak is sprake van twee vorderingen met als grondslag een ander soort overeenkomst, namelijk een koopovereenkomst van een roerende zaak en een overeenkomst van geldlening.

4.7.

Volgens Nestex is de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van deze vorderingen vanwege – kort gezegd – een exclusieve forumkeuze voor de Belgische rechter.

4.8.

Hieronder zal de rechtbank achtereenvolgens beoordelen of zij bevoegd is kennis te nemen van de vordering uit de geldleningsovereenkomst en van de vordering uit de koopovereenkomst.

Bevoegdheid van deze rechtbank betreffende de vordering inzake de leningsovereenkomst

4.9.

Deze rechtbank is in beginsel bevoegd kennis te nemen van de vordering uit de leningsovereenkomst.

4.9.1.

Indien [persoon A] , zoals zij stelt, deze overeenkomst is aangegaan als consument in de zin van de artikelen 17-19 Brussel I bis, volgt de rechtsmacht van de Nederlandse rechter uit artikel 18 lid 1 Brussel I bis:

1. De rechtsvordering die door een consument wordt ingesteld tegen de wederpartij bij de overeenkomst, kan worden gebracht hetzij voor de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan die partij woonplaats heeft, hetzij, ongeacht de woonplaats van de wederpartij, voor het gerecht van de plaats waar de consument woonplaats heeft.

De relatieve bevoegdheid van deze rechtbank volgt in dat geval uit artikel 101 Rv.

4.9.2.

Indien [persoon A] , daarentegen, de overeenkomst niet is aangegaan als consument in de zin van de artikelen 17-19 Brussel I bis, volgt de bevoegdheid van deze rechtbank uit de hierboven in r.o. 4.5 aangehaalde bevoegdheidsregeling van artikel 7, aanhef en sub 1, Brussel I bis. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.

Nestex heeft de stelling van [persoon A] dat het geleende bedrag moet worden terugbetaald in Capelle aan den IJssel (dagv, randnr. 45) niet betwist, zodat deze afspraak vaststaat. De plaats van uitvoering van de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt in de zin van onderdeel a van artikel 7 sub 1 Brussel I bis is dus gelegen in het rechtsgebied van deze rechtbank. De bevoegdheid van deze rechtbank volgt dus uit onderdeel a van artikel 7 sub 1 Brussel I bis, tenzij sprake is van de verstrekking van een dienst in de zin van onderdeel b van artikel 7 sub 1 Brussel I bis. Zie onderdeel c van artikel 7 sub 1 Brussel I bis. In het geval van een geldlening die rentedragend is, lijkt sprake te (kunnen) zijn van verstrekking van een dienst in de zin van onderdeel b van artikel 7 sub 1 Brussel I bis (HvJ EU 15 juni 2017, C-249/16, ECLI:EU:C:2017:472, Kareda). Het is de rechtbank vooralsnog echter niet duidelijk geworden of [persoon A] van Nestex betaling van rente had bedongen. Wat daar echter ook van zij, [persoon A] woont in Capelle aan den IJssel én gesteld noch gebleken is dat hij zich helemaal heeft begeven naar België om Nestex de beschikking te geven over de gelden. Een mogelijk als ‘dienst’ in de zin van onderdeel b van artikel 7 sub 1 Brussel I bis aan te merken geldlening is dus verstrekt binnen het rechtsgebied van deze rechtbank.

4.10.

Nestex betwist echter dat deze rechtbank bevoegd is. Dat baseert zij op de volgende exclusieve forumkeuze voor de Belgische rechter in artikel 9.2 van haar algemene voorwaarden, de “Algemene Voorwaarden Nestex BV” (prod. 1 Nestex):

“Geschillen zullen exclusief worden voorgelegd aan de bevoegde rechtbank in het arrondissement waar Nestex is gevestigd.”

Het toepassingsgebied van deze algemene voorwaarden volgt uit artikel 1 daarvan, zo is niet in geschil:

“Artikel 1 - Toepasselijkheid

• 1.1 Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op alle offertes, bestellingen, verkopen en werkzaamheden uitgevoerd door Nestex BV (hierna: "Nestex").

• 1.2 Afwijkingen van deze voorwaarden zijn slechts geldig indien schriftelijk overeengekomen.”

De rechtbank is het met [persoon A] eens dat het bepaalde in artikel 1 geen betrekking heeft op een leningsovereenkomst (als de onderhavige). De forumkeuze in artikel 9.2 van deze algemene voorwaarden staat dus niet in de weg aan de bevoegdheid van deze rechtbank om kennis te nemen van de vordering van [persoon A] die gebaseerd is op de leningsovereenkomst, nog daargelaten of partijen deze algemene voorwaarden rechtsgeldig zijn overeengekomen.

4.11.

Deze rechtbank is dus bevoegd kennis te nemen van de vorderingen van [persoon A] die gebaseerd zijn op de leningsovereenkomst.

Bevoegdheid van deze rechtbank betreffende de vordering inzake de koopovereenkomst

4.12.

Hier is sprake van een koopovereenkomst van een roerende lichamelijke zaak, een auto, in de zin van artikel 7 sub 1b), tweede gedachtestreepje Brussel I bis. Volgens [persoon A] is Capelle aan den IJssel de overeengekomen plaats van levering van de auto. Nestex heeft dat niet (gemotiveerd) betwist (zie randnr. 4 van de incidentele conclusie tot onbevoegdheid), zodat het vaststaat. In geval van toepasselijkheid van artikel 7 sub 1b), tweede gedachtestreepje Brussel I bis volgt uit die bepaling dus dat deze rechtbank bevoegd is.

4.13.

Voor zover [persoon A] , daarentegen, zoals zij stelt, de koopovereenkomst is aangegaan als consument in de zin van de artikelen 17-19 Brussel I bis, volgt uit die regeling dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Zie het hierboven in r.o. 4.9.1 aangehaalde eerste lid van artikel 18 Brussel I bis. De relatieve bevoegdheid van deze rechtbank volgt dan, als gezegd, uit artikel 101 Rv.

4.14.

Ten aanzien van het onbevoegdheidsverweer van Nestex overweegt de rechtbank het volgende.

4.15.

In tegenstelling tot de leningsovereenkomst valt de door partijen gesloten koopovereenkomst wél binnen het in artikel 1 omschreven toepassingsgebied van de algemene voorwaarden van Nestex.

4.16.

[persoon A] betwist echter dat zij deze algemene voorwaarden met Nestex is overeengekomen. Ook vindt [persoon A] dat, omdat zij de koopovereenkomst is aangegaan als consument in de zin van de artikelen 17-19 Brussel I bis, de forumkeuze van artikel 9.2 van die voorwaarden niet wordt toegelaten door die artikelen van Brussel I bis. Dat laatste standpunt van [persoon A] volgt de rechtbank in ieder geval niet. Zie het door de rechtbank onderstreepte gedeelte van artikel 18 lid 1 Brussel I bis:

1. De rechtsvordering die door een consument wordt ingesteld tegen de wederpartij bij de overeenkomst, kan worden gebracht hetzij voor de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan die partij woonplaats heeft , hetzij, ongeacht de woonplaats van de wederpartij, voor het gerecht van de plaats waar de consument woonplaats heeft.

4.17.

Doorslaggevend voor de onbevoegdheid van deze rechtbank is dus de vraag of partijen de algemene voorwaarden van Nestex zijn overeengekomen. In dat verband overweegt de rechtbank als volgt.

4.18.

Volgens Nestex zijn de algemene voorwaarden aan [persoon A] verstrekt. [persoon A] betwist echter dat die omstandigheid heeft geleid tot een rechtsgeldige forumkeuze. Volgens [persoon A] zijn de algemene voorwaarden namelijk pas na het sluiten van de overeenkomst, bij de factuur van 2 november 2025, verstrekt en is er dus geen sprake van een forumkeuze die voldoet aan artikel 25 Brussel I bis, het Brussel I bis-artikel met de geldigheidsvereisten in algemene zin voor een forumkeuze.

4.19.

Nestex heeft nog niet kunnen reageren op bovengenoemde stelling van [persoon A] dat de algemene voorwaarden pas na het sluiten van de overeenkomst, bij de factuur van 2 november 2025, verstrekt zijn en dat er dus geen sprake is van een forumkeuze die voldoet aan artikel 25 Brussel I bis. De zaak zal daarom naar de rol worden verwezen om Nestex de gelegenheid te geven bij akte op die stelling te reageren. Zonder voorafgaande toestemming van de rechtbank zal [persoon A] vervolgens niet mogen reageren op deze akte van Nestex.

Tot besluit

4.20.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 11 november 2026 voor het nemen van een akte door Nestex als vermeld in r.o. 4.19;

5.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.L. Spierings. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2026.

901/2459