Civiel recht overig
Europees bankbeslag. Gedeeltelijke afwijzing verzoek bankrekeninginformatie. Vo. (EU) Nr. 655/2014 van 15 mei…
Rechtbank Rotterdam, 4 april 2018
ECLI:NL:RBROT:2018:3235 · Rechtbank Rotterdam · 4 april 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rbrot-2018-3235
Zaakgegevens
Op 4 april 2018 heeft de Rechtbank Rotterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 4 april 2018
- Datum publicatie
- 20 april 2018
- Zaaknummer
- C/10/543305 / KG RK 18-104
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2018:3235
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Europees bankbeslag. Gedeeltelijke afwijzing verzoek bankrekeninginformatie. Vo. (EU) Nr. 655/2014 van 15 mei 2014. Modelformulieren. Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1823 van de Commissie van 10 oktober 2016. Uitvoeringswet verordening Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen. Beschikking of vonnis?
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team haven en handel
zaaknummer / rekestnummer: C/10/543305 / KG RK 18-104
Beschikking van de voorzieningenrechter van 4 april 2018
in de zaak van
de naamloze vennootschap
APOLLO GROUP N.V.,
gevestigd te Mijdrecht,
verzoekster,
advocaat mr. S.J. Piekaar te Amsterdam.
tegen
THE STATE TRADING CORPORATION OF INDIA LIMITED,
gevestigd te New Delhi, India,
gerekestreerde
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het ‘verzoekschrift’ (een Europeesrechtelijk modelformulier als na te melden), ingekomen ter griffie op 22 januari 2018,
-
het verzoek van de griffier aan verzoekster om nadere onderbouwing van het verzoek,
- de reacties van verzoekster hierop, vervat in e-mailberichten van 22 februari 2018 en 16 maart 2018,
- de overgelegde producties.
Ten slotte is beschikking bepaald.
2 Het verzoek en de beoordeling
Het verzoek strekt tot verkrijging van verlof tot het leggen van Europees bankbeslag alsmede tot verkrijging van verlof om bankrekeninginformatie op te vragen.
Het Europees bankbeslag en het opvragen van bankrekeninginformatie zijn geregeld in Vo. (EU) Nr. 655/2014 van 15 mei 2014 alsmede, voor wat betreft de in dit verband te hanteren modelformulieren, in Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1823 van de Commissie van 10 oktober 2016, en voorts in de Uitvoeringswet verordening Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen.
De verzoeken worden deels toegewezen. Dat geschiedt niet in deze beschikking, maar in een separaat standaardformulier, zoals vastgesteld op grond van de voormelde Uitvoeringsverordening.
De verzoeken worden deels afgewezen. Voor afwijzing van de onderhavige verzoeken is geen standaardformulier vastgesteld. Daarom dient de afwijzing vervat te worden in een gerechtelijke beslissing overeenkomstig het in zoverre toepasselijke nationale Nederlandse (formele) recht. Deze beslissing dient in dit geval een beschikking te zijn en geen vonnis. Het gaat hier immers niet, kort gezegd, om een rechtsmiddel zoals bedoeld in hoofdstuk 4 van de verordening, maar om de afwijzing van een verzoek (artikel 12, leden 1 en 2, van de uitvoeringswet).
De gedeeltelijke afwijzing van de verzoeken betreft het volgende. Niet wordt toegestaan om bankrekeninginformatie op te vragen voor zover betrekking hebbend op andere, in het verzoek genoemde lidstaten dan Duitsland. Ondanks daartoe in de gelegenheid gesteld te zijn heeft verzoekster niet behoorlijk onderbouwd of aannemelijk gemaakt dat in andere lidstaten zoals België, Frankrijk of Italië vermoedelijke bankrekeningen ten name van voormelde gerekestreerde bestaan. Het
vermoeden dat gerekestreerde in die landen een of meer rekeningen aanhoudt heeft
verzoekster onderbouwd met de stelling dat zij daar een beroepsactiviteit uitoefent.
Desverzocht heeft zij toegelicht dat gerekestreerde op haar website haar belangrijkste im- en
exportlanden vermeldt alsmede een lijst van vennootschappen waarmee zij zaken doet.
Omdat in die lijst vennootschappen in België, Frankrijk en Italië staan meent verzoekster dat
gerekestreerde in die landen beroepsactiviteiten uitoefent in de zin van de Verordening en
het formulier en daar vermoedelijk over een of meer bankrekeningen beschikt.
Daarin volgt de voorzieningenrechter haar niet. De enkele omstandigheid dat gerekestreerde
zaken doet, althans heeft gedaan, met in genoemde landen gevestigde vennootschappen is
onvoldoende onderbouwing voor het vermoeden dat zij daartoe ter plaatse een bankrekening
heeft. Het is in het internationale betalingsverkeer immers niet nodig om in het land van de
handelspartner over een bankrekening te beschikken, nu betalingen van en naar buitenlandse
banken mogelijk en in veel sectoren ook gebruikelijk zijn.
Ten aanzien van Nederland kan, desgewenst, een regulier beslagrekest, strekkende tot verlof voor conservatoir derdenbeslag onder een bank worden ingediend, indien en voor zover verzoekster van oordeel is dat daarvoor aanleiding is en (om nader toe te lichten redenen) niet volstaan kan worden met het leggen van executoriaal beslag. Het gaat in zoverre in ieder geval niet om grensoverschrijdend beslag, zodat de verordening in deze louter nationale aangelegenheid toepassing mist.
3 De beslissing
De voorzieningenrechter
wijst de verzoeken om bankrekeninginformatie af, voor zover betrekking hebbend op andere in het verzoek genoemde lidstaten dan Duitsland,
weigert het verlof om Europees bankbeslag te mogen leggen in Nederland.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2018.