Insolventierecht
Niet ontvankelijk want identiteit verzoekster niet verifieerbaar. Daarnaast geen schulden (schulden op naam…
Rechtbank Rotterdam, 22 september 1999
ECLI:NL:RBROT:1999:AF0443 · Rechtbank Rotterdam · 22 september 1999
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-1999-af0443
Zaakgegevens
Op 22 september 1999 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 september 1999
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 99/527 EA
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:1999:AF0443
Samenvatting
Niet ontvankelijk want identiteit verzoekster niet verifieerbaar.
Daarnaast geen schulden (schulden op naam van partner?).
Uitspraak
Arrondissementsrechtbank te Rotterdam
Enkelvoudige kamer
de vreemdeling zich noemende X.,
die stelt woonachtig te zijn te P.,
verzoekster,
heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Verzoekster is gehoord ter zitting van 22 september 1999.
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting, waaronder de verklaring van verzoekster zelf, is het volgende gebleken.
Verzoekster stelt reeds vijf jaar hier te lande te verblijven. Verzoekster is niet het bezit van enig document waarmee zij haar identiteit kan aantonen. De Vreemdelingendienst doet thans onderzoek naar de identiteit van verzoekster. Verzoekster staat niet ingeschreven in de Gemeentelijke basisadministratie en stelt samen te wonen met Y. te Q.
De rechtbank komt tot het oordeel dat verzoekster niet ontvankelijk verklaard dient te worden in haar verzoek. Verzoekster is immers niet in staat aan te tonen dat zij is. Het is de rechtbank daardoor niet mogelijk een oordeel te vormen over de vraag of verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen, danwel redelijkerwijs kan voorzien dat zij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden.
Ten overvloede wordt overwogen dat, indien en voor zover verzoekster wel ontvankelijk zou zijn geweest in haar verzoek, dit verzoek afgewezen had dienen te worden, nu ter zitting is gebleken dat verzoekster geen schulden heeft en derhalve niet in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen, danwel redelijkerwijs voorziet dat zij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart verzoekster niet ontvankelijk in haar verzoek;
Gewezen door mr Van Thiel, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 september 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.