Insolventierecht
Wijze waarop huwelijksgoederenregime tussen echtgenoten van verschillende nationaliteit dient te worden bepaald.
Rechtbank Rotterdam, 5 september 2001
ECLI:NL:RBROT:2001:AF0510 · Rechtbank Rotterdam · 5 september 2001
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2001-af0510
Zaakgegevens
Op 5 september 2001 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 september 2001
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 162823/FT-EA 01.612
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2001:AF0510
Samenvatting
Wijze waarop huwelijksgoederenregime tussen echtgenoten van verschillende nationaliteit dient te worden bepaald.
Uitspraak
Arrondissementsrechtbank te Rotterdam
Enkelvoudige kamer
X.,
Wonende te P.,
verzoekster,
heeft op 29 augustus 2001 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Verzoekster is gehoord ter terechtzitting van 1 augustus 2001.
De rechtbank heeft bij vonnis van dezelfde datum het verzoek van de echtgenoot van verzoeker afgewezen. Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is de rechtbank gebleken dat verzoekster de Nederlandse en de echtgenoot van verzoekster de Algerijnse nationaliteit heeft. Gelet op artikel 1 van de Wet Conflictenrecht Huwelijksvermogensregime, moet worden aangenomen dat Nederlands recht het huwelijksvermogenregime van verzoekster en haar echtgenoot beheerst. Uit het voorgaande volgt, dat verzoekster en haar echtgenoot in algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd. Gelet op het bepaalde in artikel 63 juncto 313 van de Faillissementswet brengt de afwijzing van het verzoek van de echtgenoot van verzoekster ook de afwijzing van het onderhavige verzoek mee. (zie HR 12 mei 2000, NJ 2000,567)
Mistdien wordt als volgt beslist.
Beslissing
De rechtbank:
- wijst het verzoek af;
Gewezen door mr. W.J. van Boven, lid van de genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 september 2001 in tegenwoordigheid van de griffier.