Insolventierecht

Aangever wil failliet worden verklaard om een periode rust te hebben, dat wil zeggen: geen last te hebben van…

Rechtbank Rotterdam, 27 december 2006

Zaakgegevens

Op 27 december 2006 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27 december 2006
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
275482/FT-EA 06.1878
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2006:AZ6221
E-mail

Samenvatting

Aangever wil failliet worden verklaard om een periode rust te hebben, dat wil zeggen: geen last te hebben van deurwaarders. Het doel van een faillissement is het verwezenlijken van een gemeenschappelijk verhaal op het gehele vermogen van de schuldenaar ten behoeve van zijn gezamenlijk schuldeisers. Aangever heeft niet aannemelijk gemaakt dat er voldoende baten aanwezig zijn of zullen zijn om de kosten van het faillissement te bestrijden, laat staan dat enige uitkering aan schuldeisers valt te verwachten. Zijn faillissement dient derhalve geen door de faillissementswet beschermd belang. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken

Rekestnummer: 275482/FT-EA 06.1878

gezien de ter griffie van deze rechtbank ingekomen

eigen aangifte d.d. 27 december 2006, met bijlagen, van:

[aangever],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende aan de [adres],

[woonplaats],

aangever.

1. De procedure

Op 27 december 2006 heeft aangever verzocht hem in staat van faillissement te verklaren. Ter terechtzitting van heden is aangever verschenen en gehoord.

2. De beoordeling

Aangever heeft verklaard dat hij niet over vermogen beschikt, geen eigen woonruimte heeft en leeft van een bijstandsuitkering. Hij wil failliet worden verklaard om een periode rust te hebben, dat wil zeggen: geen last te hebben van deurwaarders.

Het doel van een faillissement is het verwezenlijken van een gemeenschappelijk verhaal op het gehele vermogen van de schuldenaar ten behoeve van zijn gezamenlijk schuldeisers. Aangever heeft niet aannemelijk gemaakt dat er voldoende baten aanwezig zijn of zullen zijn om de kosten van het faillissement te bestrijden, laat staan dat enige uitkering aan schuldeisers valt te verwachten. Zijn faillissement dient derhalve geen door de faillissementswet beschermd belang. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

3. De beslissing

De rechtbank

wijst af het verzoek tot faillietverklaring van

[aangever] voornoemd.

Aldus gegeven op 2 januari 2007 door mr. F.A.M. Veraart, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van L. Timmermans, griffier.