Insolventierecht
Verlening schone lei echtpaar , nieuwe schuld bij de Belastingdienst inzake omzetbelasting, (potentiële)…
Rechtbank Rotterdam, 6 maart 2014
ECLI:NL:RBROT:2014:2645 · Rechtbank Rotterdam · 6 maart 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2014-2645
Zaakgegevens
Op 6 maart 2014 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 6 maart 2014
- Datum publicatie
- 8 april 2014
- Zaaknummer
- C/10/11/139 R
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2014:2645
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verlening schone lei echtpaar , nieuwe schuld bij de Belastingdienst inzake omzetbelasting, (potentiële) nieuwe schuld behoort toe aan schuldenaar en valt niet in de gemeenschappelijke boedel. Echtgenote niet hoofdelijk aansprakelijk voor deze schuld en haar kan wel de schone lei worden verleend.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team Insolventie
wijziging van de termijn van de schuldsaneringsregeling
insolventienummer: [nummer]
nummer verklaring: [nummer]
uitspraakdatum: 6 maart 2014
Bij vonnis van deze kamer van 3 maart 2011 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[naam],
geboren op [geboortedatum] te[geboorteplaats],
wonende te [adres],
schuldenaar,
bewindvoerder: C.J. van der Linden.
1 De procedure
De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is behandeld ter terechtzitting van 27 februari 2014. De bewindvoerder heeft schriftelijk verslag uitgebracht over de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Schuldenaar, de echtgenote van schuldenaar, [naam], en dhr. Pavljasevic namens de bewindvoerder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op heden.
2 De standpunten
De bewindvoerder heeft op 24 februari 2014 ter voorbereiding van de terechtzitting van
27 februari 2014 de laatste stand van zaken naar de rechtbank gestuurd. Daarin heeft de bewindvoerder gemeld dat tot en met oktober 2013 de maandelijkse informatieformulieren voorzien van de benodigde bijlagen zijn ontvangen. Er ontbreken nog enkele stukken. Er wordt voldoende op de boedelrekening gestort.
Aangezien schuldenaar de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, is de sollicitatieverplichting niet van toepassing. Er is sprake van een nieuwe schuld van de Belastingdienst van € 7.077,-. Dit betreft omzetbelasting over het tweede en derde kwartaal van 2012. Deze vordering wijst op het starten van een onderneming tijdens de schuldsaneringsregeling zonder dat daarvoor toestemming is verleend door de rechter-commissaris. Wegens deze omstandigheid adviseert de bewindvoerder schuldenaar niet de schone lei te verlenen.
Ter zitting heeft de bewindvoerder verklaard – in aanvulling op de laatste stand van zaken – dat de schuld aan de Belastingdienst is ontstaan doordat schuldenaar een onderneming is gestart ten tijde van de schuldsaneringsregeling. Vanwege het feit dat schuldenaar getrouwd is in gemeenschap van goederen, is de echtgenote van schuldenaar ook hoofdelijk aansprakelijk voor deze schuld. De bewindvoerder heeft verklaard dat schuldenaar niet de schone lei kan worden verleend nu hij zonder toestemming van de rechter-commissaris een onderneming is gestart.
De bewindvoerder heeft verklaard dat de ontbrekende stukken inmiddels zijn ontvangen en derhalve aan de informatieplicht is voldaan.
Ter zitting heeft schuldenaar verklaard dat hij voornemens was een onderneming te starten en zich daarvoor ook had laten inschrijven bij de Kamer van Koophandel per 18 april 2012. Hij heeft zich echter na vier weken weer uit laten schrijven wegens gezondheidsklachten. Volgens schuldenaar is er nooit sprake geweest van een onderneming. Hij heeft ook geen omzet gemaakt gedurende de vier weken. Schuldenaar heeft verklaard dat hij pas in januari 2013 bericht heeft gekregen dat hij was uitgeschreven, terwijl hij zich na vier weken heeft laten uitschrijven. Schuldenaar heeft stukken overlegd waaruit blijkt dat hij pas per 14 januari 2013 is uitgeschreven. Het deel van de schuld die ziet op motorrijtuigenbelasting zou door de Sociale Dienst, [naam], zijn betaald.
Schuldenaar heeft verklaard dat hij de rechter-commissaris, dan wel de bewindvoerder, wilde informeren indien de onderneming daadwerkelijk was gestart. Nu dit volgens schuldenaar niet is gebeurd heeft hij dit ook nagelaten. Schuldenaar heeft verklaard bezwaar te maken tegen deze aanslag, nu het volgens hem niet terecht is dat hij voor twee kwartalen stond ingeschreven.
3 De beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat aan de informatieplicht is voldaan door schuldenaar. Derhalve vormt dit geen belemmering voor het verlenen van de schone lei.
De rechtbank oordeelt dat de (potentiële) nieuwe schuld aan de Belastingdienst van
€ 7.077,- aan schuldenaar toebehoort. Deze schuld valt niet in de gemeenschappelijke boedel, nu deze schuld ziet op het vermogen van de onderneming welke is gestart en ingeschreven door schuldenaar. Echtgenote is dus niet hoofdelijk aansprakelijk voor deze schuld. De rechtbank verwijst hierbij naar art. 1:126 lid 1 jo. 1:102 BW.
Nu schuldenaar bezwaar zal maken tegen deze vordering en zodoende (nog) niet vaststaat hoe hoog de uiteindelijke vordering zal zijn, zal de bezwaarschriftprocedure moeten worden afgewacht. Ook indien blijkt dat de vordering wordt herzien en verlaagd, zal schuldenaar de vordering moeten voldoen of een betalingsregeling treffen teneinde de vordering in te lossen voor het einde van de regeling.
De rechtbank ziet daarin aanleiding de termijn, gedurende welke de schuldsaneringsregeling van toepassing is, te verlengen met zes maanden. In deze zes maanden dient schuldenaar, om verlening van de schone lei niet in gevaar te brengen, de nieuwe schuld te hebben voldaan, derhalve voor 3 september 2014.
De rechtbank merkt voorts op dat per 3 maart 2014 de lopende verplichtingen zoals deze gelden tijdens het traject van de wettelijke schuldsaneringsregeling niet meer gelden, behoudens de verplichting af te dragen voor het salaris van de bewindvoerder.
4 De beslissing
De rechtbank:
- wijzigt de termijn van de schuldsaneringsregeling, in die zin dat deze 3 jaar en zes maanden bedraagt en daarmee eindigt op 3 september 2014.
Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kruisdijk, rechter, en in aanwezigheid van mr. L. Luijt, griffier, in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2014.