Insolventierecht

Verzoek schuldsaneringsregeling afgewezen op grond van geen problematische schuldsituatie waarvoor de…

Rechtbank Rotterdam, 23 november 2016

Zaakgegevens

Op 23 november 2016 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
23 november 2016
Datum publicatie
31 januari 2017
Zaaknummer
C/10/510580 / FT EA 16/2316
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2016:10248
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek schuldsaneringsregeling afgewezen op grond van geen problematische schuldsituatie waarvoor de schuldsaneringsregeling noodzakelijk wordt geacht.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling

rekestnummer: [nummer]

uitspraakdatum: 23 november 2016

[naam 1] ,

[adres]

[postcode] [woonplaats],

verzoekster.

1 De procedure

Verzoekster heeft op 21 september 2016 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoekster is gehoord ter terechtzitting van 16 november 2016.

2 De feiten

Verzoekster ontvangt samen met haar partner inkomsten uit een uitkering op grond van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet € 29.330,65 in totaal.

3 De beoordeling

Uit de overgelegde schuldenlijst blijkt dat verreweg het grootste deel van de schuldenlast, namelijk € 27.052,13, ouder dan 5 jaar is. Verzoekster is vier jaar geleden gehuwd. Volgens haar echtgenoot, [naam 2], die op 16 november 2016 is toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, zijn deze oude schulden door hem gemaakt. Het moet er daarom voor worden gehouden dat verzoekster voor verreweg de meeste schulden dus niet is aan te merken als schuldenares. De resterende schuldenlast ad € 2.278,52 die tijdens het huwelijk van verzoekster is ontstaan, is geen problematisch schuldsituatie waarvoor toepassing van de schuldsaneringsregeling noodzakelijk wordt geacht. Die schulden moeten immers binnen afzienbare tijd op te lossen zijn met betalingsregelingen.

Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden afgewezen.

Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat dit niet betekent dat er geen andere feiten of omstandigheden zijn die eveneens tot afwijzing van het verzoek dienen te leiden. In dit kader wordt wel opgemerkt dat verzoekster nauwelijks Nederlands spreekt, zodat de vrees bestaat dat zij niet aantoonbaar zal kunnen voldoen aan de sollicitatieverplichting.

4 De beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek af.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.M. de Winkel, rechter, en in aanwezigheid van C. Santos, griffier, in het openbaar uitgesproken op 23 november 2016.

Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.