Insolventierecht
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling, geen hardheidsclausule bij tienjaarstermijn.
Rechtbank Rotterdam, 30 juli 2019
ECLI:NL:RBROT:2019:6458 · Rechtbank Rotterdam · 30 juli 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2019-6458
Zaakgegevens
Op 30 juli 2019 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 30 juli 2019
- Datum publicatie
- 13 augustus 2019
- Zaaknummer
- 19.1051+1052 ea
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2019:6458
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling, geen hardheidsclausule bij tienjaarstermijn.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling
rekestnummer: [nummers]
uitspraakdatum: 30 juli 2019
[verzoeker] en [verzoekster]
[adres]
[woonplaats]
verzoekers
1 De procedure
Op 4 februari 2019 hebben verzoekers- bijgestaan door [naam] , klantmanager schuldbemiddeling bij de gemeente Nissewaard - een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ex artikel 284 van de Faillissementswet (Fw). Dit verzoek is op 14 februari 2019 door de rechtbank afgewezen op grond van artikel 288, tweede lid, onder d, Fw (de tienjaarstermijn).
Op 17 juli 2019 hebben verzoekers opnieuw een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ex artikel 284 Fw. Zij zijn opnieuw bijgestaan door voornoemde [naam] .
De uitspraak is bepaald op heden.
2 De feiten
Bij uitspraak van 12 juli 2010 is ten aanzien van verzoekers de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard.
Bij uitspraak van 30 juni 2014 is de schuldsaneringsregeling ten aanzien van verzoekers op grond van het bepaalde in artikel 350, lid 3, aanhef en onder c en d Fw beëindigd. Deze uitspraak is op 8 juli 2014 in kracht van gewijsde gegaan.
3 De beoordeling
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling dient op grond van artikel 288, tweede lid, onder d, Fw te worden afgewezen indien ten aanzien van verzoeker minder dan tien jaar voorafgaande aan de indiening van het verzoekschrift de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest. Zoals uit punt 2 “de feiten” volgt, is hiervan in dit geval sprake.
Deze dwingende bepaling kent een drietal uitzonderingen: (i) de vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, waren voldaan, (ii) de schuldenaar was in staat zijn betalingen te hervatten of (iii) de schuldenaar heeft bovenmatige schulden doen of laten ontstaan, om redenen die de schuldenaar niet waren toe te rekenen.
Geen van de hiervoor vermelde uitzonderingen doet zich hier voor.
Van Gerven voornoemd heeft namens verzoekers (opnieuw) een beroep gedaan op de hardheidsclausule ex artikel 288 lid 3 Fw. De tienjaarstermijn als genoemd in artikel 288, lid 2 sub d Fw is echter een dwingende afwijzingsgrond. Alleen in de drie in de wet (en hiervoor) genoemde uitzonderingssituaties – die zich hier niet voordoen – kan hiervan worden afgeweken. Op grond van de wetsgeschiedenis en de rechtspraak van de Hoge Raad (zie onder meer HR 12 juni 2009 LJN:BH7357) is er geen ruimte om hierop andere uitzonderingen te maken en derhalve geen ruimte om de hardheidsclausule toe te passen.
Nu een hardheidsclausule voor gevallen waarin de tienjaarstermijn aan de orde is ontbreekt, dient het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling (opnieuw) te worden afgewezen.
4 De beslissing
De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.A.M. Los, rechter, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2019.