Insolventierecht
Toekenning schone lei ondanks naheffingsaanslagen Belastingdienst in verband met schenkingen. De aanslagen…
Rechtbank Rotterdam, 7 augustus 2019
ECLI:NL:RBROT:2019:7482 · Rechtbank Rotterdam · 7 augustus 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2019-7482
Zaakgegevens
Op 7 augustus 2019 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 7 augustus 2019
- Datum publicatie
- 23 september 2019
- Zaaknummer
- 15.2607 en 15.2608 ea
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2019:7482
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Toekenning schone lei ondanks naheffingsaanslagen Belastingdienst in verband met schenkingen. De aanslagen staan nog niet onherroepelijk vast en zijn onderdeel van een lopende procedure. Frauduleus handelen door schuldenaren staat nog niet vast.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
verlening schone lei
insolventienummer: [nummers]
uitspraakdatum: 7 augustus 2019
Bij vonnis van deze rechtbank van 8 januari 2016 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenaar] en [schuldenares]
[adres]
[woonplaats] ,
schuldenaren,
bewindvoerder: mr. W.P. Groenendijk.
1 De procedure
De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is behandeld ter terechtzitting van 24 juli 2019. De bewindvoerder heeft een schriftelijk verslag uitgebracht en de rechtbank negatief geadviseerd ten aanzien van het verlenen van de schone lei aan schuldenaren. Het vonnis is bepaald op 7 augustus 2019.
2 De feiten
Schuldenaren zijn op 8 januari 2016 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Schuldenaar heeft in zijn aangifte Inkomstenbelasting 2014 een schenking van € 3000
aan de Stichting Mozaïek opgevoerd. Van deze schenking was geen melding gemaakt op de toelatingszitting. Ter gelegenheid van een verhoor ten overstaan van de rechter-commissaris
zijn in verband met de schenking extra afdrachten aan de boedel afgesproken. Schuldenaren hebben deze betalingen verricht. De Belastingdienst is afgeweken van de aangiftes Inkomstenbelasting 2013 en 2014 van schuldenaar en heeft navorderingaanslagen en vergrijpboetes opgelegd. De afwijkingen hebben betrekking op aangegeven schenkingen
(in 2013 een schenking aan Islamitische Universiteit van € 4000 en in 2014 de voornoemde schenking aan de Stichting Mozaïek). Schuldenaren hebben bezwaren aangetekend tegen de navorderingsaanslagen en de vergrijpboetes. De rechter-commissaris heeft de schuldsaneringsregelingen verlengd tot 8 juli 2019 teneinde de beslissingen op de bezwaren van de Belastingdienst af te wachten. Deze verlengingen zijn na hoger beroep in stand gebleven. De Belastingdienst heeft de bezwaren op 15 mei 2019 afgewezen. Schuldenaren zijn in beroep gegaan. De naheffingsaanslagen en vergrijpboetes zijn nog niet onherroepelijk. Schuldenaren hebben ter zitting verklaard dat zij overeenkomstig de donatieformulieren hebben geschonken.
3 De standpunten
Schuldenares heeft ter zitting verklaard dat schuldenaren samen betrokken zijn geweest bij het doen van de aangiftes Inkomstenbelasting. Schuldenaren hebben samen de goede doelen voor de schenkingen uitgekozen. Schuldenares heeft verklaard dat de schenkingen in belastingaangiftes van schuldenaar zijn verantwoord. Desgevraagd heeft schuldenares verklaard dat zij tijdens het verhoor door de rechter-commissaris van 16 november 2017 geen melding heeft gemaakt van de schenking aan de Islamitische Universiteit van Europa.
Volgens schuldenares omdat zij de brief van de Belastingdienst betreffende de navorderingsaanslag inzake deze schenking pas op 26 februari 2018 heeft ontvangen.
De advocaat van schuldenaren heeft ter zitting aangevoerd dat schuldenaren de schenkingen hebben gedaan. Schuldenaar had ten tijde van de schenkingen in 2013 en 2014 een baan. Daarnaast heeft de advocaat naar voren gebracht dat schuldenaren voornemens zijn om de navorderingsaanslagen van de Belastingdienst zo nodig tot aan de Centrale Raad van Beroep aan te vechten. Tevens heeft de advocaat aangevoerd dat schuldenaren de verplichtingen die voortvloeien uit hun schuldsaneringsregelingen 3,5 jaar naar behoren zijn nagekomen. Ten slotte heeft de advocaat ter zitting primair verzocht om aan schuldenaren de schone lei toe te kennen. Subsidiair heeft de advocaat verzocht om toekenning van de schone lei nadat de navorderingsaanslagen middels een schenking zijn voldaan.
De bewindvoerder heeft ter zitting zijn standpunt om de schuldsaneringsregelingen zonder toekenning van de schone lei te beëindigen, gehandhaafd.
4 De beoordeling
Schuldenaren zijn gedurende drie jaar en zes maanden de verplichtingen uit hoofde van de wettelijke schuldsaneringsregeling nagekomen. Voor een bij de toelatingszitting niet gemelde schenking in 2014 hebben schuldenaren extra boedelafdrachten gedaan conform de afspraken. Het enkele niet vermelden van een schenking in 2013 terwijl niet is komen vast te staan dat toen sprake was van een problematische schuldensituatie kan naar het oordeel van de rechtbank niet een onthouding van de schone lei rechtvaardigen. Bij haar beoordeling ten aanzien van de beëindiging van de schuldsaneringsregelingen (met of zonder schone lei) is de rechtbank uitgegaan van de juistheid van de verklaringen van/namens schuldenaren dat er conform de donatieformulieren is geschonken en dat er door hen geen fraude is gepleegd met gefingeerde schenkingen.
5 De beslissing
De rechtbank:
-
stelt vast dat schuldenaren niet toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen zijn tekortgeschoten;
-
bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregelingen eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, doch dat de uit de schuldsaneringsregelingen voortvloeiende verplichtingen van schuldenaren eindigen op 8 juli 2019;
-
verleent de zogenoemde “schone lei” waardoor de na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregelingen bestaande vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregelingen werken, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn;
- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal
€ 4.304,73;
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Roos-van Toor, rechter, en in aanwezigheid van
B.G. van der Vlies, griffier, in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2019.