Insolventierecht
Faillietverklaring – afdoening zonder mondelinge behandeling met instemming van verzoeksters en verweerster –…
Rechtbank Rotterdam, 1 april 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:3269 · Rechtbank Rotterdam · 1 april 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2020-3269
Zaakgegevens
Op 1 april 2020 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 1 april 2020
- Datum publicatie
- 11 april 2020
- Zaaknummer
- FT RK 20-92
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2020:3269
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Faillietverklaring – afdoening zonder mondelinge behandeling met instemming van verzoeksters en verweerster – referte van verweerster.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
Insolventienummer: [nummer]
Uitspraak: 1 april 2020
VONNIS op het op 14 februari 2020 ingekomen verzoekschrift, met bijlage(n), van:
de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
KIK BEHEER B.V.,
gevestigd te Maasdam, en
EUROTRAFFIC HOLDING B.V.,
gevestigd te Rockanje,
verzoeksters,
advocaat mr. M.J. Goedhart,
strekkende tot faillietverklaring van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
WAALHAVEN BEHEER B.V.,
gevestigd te Ohmstraat 40,
3335 LT Zwijndrecht,
postadres Postbus 106, 3330 AC Zwijndrecht,
aldaar tevens handelend onder de naam:
LBW Vastgoedzorg,
statutair gevestigd te Zwijndrecht,
verweerster,
advocaat mr. P.A. van Lange.
1 De procedure
Bij faxbericht van 23 maart 2020 heeft verweerster de rechtbank bij van monde van haar advocaat, voormeld, bericht dat zij zich refereert aan het oordeel van de rechtbank.
Verzoeksters en verweerster hebben bij e-mailberichten van hun respectievelijke advocaten, voormeld, van 30 maart 2020 ingestemd met afdoening zonder mondelinge behandeling.
2 De beoordeling
De rechtbank oordeelt dat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van verzoeksters en van het bestaan van feiten of omstandigheden die aantonen dat verweerster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verweerster in Nederland ligt.
3 De beslissing
De rechtbank,
- verklaart WAALHAVEN BEHEER B.V. voornoemd in staat van faillissement;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. C.G.E. Prenger, lid van deze rechtbank;
- stelt aan tot curator mr. M.J. Noteboom, advocaat te Gorinchem;
- geeft last aan de curator tot het openen van brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.A.T. Frima, rechter, en in aanwezigheid van
mr. M. Mouthaan, griffier, in het openbaar uitgesproken op 1 april 2020 te 10:00 uur.