Insolventierecht
Faillietverklaring - verzoekster telefonisch gehoord - geen reactie verweerster - toepassing van Tijdelijk…
Rechtbank Rotterdam, 14 april 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:3434 · Rechtbank Rotterdam · 14 april 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2020-3434
Zaakgegevens
Op 14 april 2020 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 14 april 2020
- Datum publicatie
- 15 april 2020
- Zaaknummer
- FT RK 20-82
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2020:3434
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Faillietverklaring - verzoekster telefonisch gehoord - geen reactie verweerster - toepassing van Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken rechtbanken vanwege de bijzondere omstandigheden door de coronacrisis
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
Insolventienummer: [nummer]
Uitspraak: 14 april 2020
VONNIS op het op 11 februari 2020 ingekomen verzoekschrift, met bijlage(n), van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[naam] MOBILITY B.V.,
gevestigd te Lisserbroek,
verzoekster,
advocaat mr. W.J.C. Balkenende,
strekkende tot faillietverklaring van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
JD MANAGEMENT GROUP B.V.,
kantoorhoudende aan het Lylantse Plein 1, kamer 2.42
2908 LH Capelle aan den IJssel,
correspondentieadres:
Postbus 793
2900 AT Capelle aan den IJssel,
Aldaar tevens handelend onder de naam:
JD Personeelsdiensten,
statutair gevestigd te Rotterdam,
verweerster.
1 De procedure
De rechtbank heeft met toepassing van de Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken rechtbanken vanwege de bijzondere omstandigheden door de Corona-crisis (hierna: TARIC), verzoeksters en verweerster schriftelijk geïnformeerd over de behandeling van onderhavig verzoekschrift ter zitting van 14 april 2020 onder toezending van een formulier waarop verzoeksters en verweerster hun standpunt naar voren konden brengen, met de mededeling dat dit formulier uiterlijk voor 14:00 uur op de dag voorafgaande aan de behandeling door de griffie dient te zijn ontvangen.
Op 10 april 2020 is van verzoeksters het voornoemde formulier ontvangen ter griffie van deze rechtbank. Van verweerster is het formulier niet ontvangen en ook overigens is van verweerster, hoewel zij op de bij de wet voorgeschreven wijze is opgeroepen, niets vernomen.
Ter zitting van 14 april 2020 is, conform TARIC, telefonisch gehoord:
- namens verzoekster, mr. W.J.C. Balkenende.
Mr. Balkenende heeft verklaard te persisteren bij het verzoek.
De uitspraak is bepaald op heden.
2. De beoordeling
De rechtbank oordeelt dat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van verzoekster en van het bestaan van feiten of omstandigheden die aantonen dat verweerster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verweerster in Nederland ligt.
3 De beslissing
De rechtbank,
- verklaart JD MANAGEMENT GROUP B.V. voornoemd in staat van faillissement;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. W.J. Roos-van Toor, lid van deze rechtbank;
- stelt aan tot curator mr. B.R. Kleij, advocaat te Rotterdam;
- geeft last aan de curator tot het openen van brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.A.T. Frima, rechter, en in aanwezigheid van A. Mergen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 14 april 2020 te 10:05 uur.