Insolventierecht
Faillietverklaring - verzoeksters telefonisch gehoord - geen reactie verweerster - toepassing van Tijdelijk…
Rechtbank Rotterdam, 14 april 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:3439 · Rechtbank Rotterdam · 14 april 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2020-3439
Zaakgegevens
Op 14 april 2020 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 14 april 2020
- Datum publicatie
- 15 april 2020
- Zaaknummer
- FT RK 20-87
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2020:3439
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Faillietverklaring - verzoeksters telefonisch gehoord - geen reactie verweerster - toepassing van Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken rechtbanken vanwege de bijzondere omstandigheden door de coronacrisis
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
Insolventienummer: [nummer]
Uitspraak: 14 april 2020
VONNIS op het op 12 februari 2020 ingekomen verzoekschrift, met bijlage(n), van:
de stichting
STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR VLEES, VLEESWAREN, GEMAKSVOEDING EN PLUIMVEEVLEES, E.A.
gevestigd te Den Haag,
verzoekster,
advocaat mr. A.M. van Heest,
strekkende tot faillietverklaring van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AZ VLEES B.V.,
kantoorhoudende te Marktweg 339
2525 JJ ‘s-Gravenhage,
statutair gevestigd te Schiedam,
verweerster.
1 De procedure
De rechtbank heeft met toepassing van de Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken rechtbanken vanwege de bijzondere omstandigheden door de Corona-crisis (hierna: TARIC), verzoeksters en verweerster schriftelijk geïnformeerd over de behandeling van onderhavig verzoekschrift ter zitting van 14 april 2020 onder toezending van een formulier waarop verzoeksters en verweerster hun standpunt naar voren konden brengen, met de mededeling dat dit formulier uiterlijk voor 14:00 uur op de dag voorafgaande aan de behandeling door de griffie dient te zijn ontvangen.
Op 9 april 2020 is van verzoeksters het voornoemde formulier ontvangen ter griffie van deze rechtbank. Van verweerster is het formulier niet ontvangen en ook overigens is van verweerster, hoewel zij op de bij de wet voorgeschreven wijze is opgeroepen, niets vernomen.
Ter zitting van 14 april 2020 is, conform TARIC, telefonisch gehoord:
- namens verzoeksters, mr. A.M. van Heest.
Mr. Van Heest heeft verklaard te persisteren bij het verzoek.
De uitspraak is bepaald op heden.
2 De beoordeling
De rechtbank oordeelt dat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van verzoekster en van het bestaan van feiten of omstandigheden die aantonen dat verweerster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verweerster in Nederland ligt.
3 De beslissing
De rechtbank,
- verklaart AZ VLEES B.V. voornoemd in staat van faillissement;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. A.C.M. Höppener, lid van de rechtbank Den Haag;
- stelt aan tot curator mr. U.R.A. Koeze, advocaat te 's-Gravenhage;
- geeft last aan de curator tot het openen van brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht.
bepaalt:
- dat de taken die de wet in een faillissement aan de rechtbank opdraagt, met uitzondering van de tegen de faillietverklaring in te stellen rechtsmiddelen, na deze beslissing en de publicatie daarvan, door de rechtbank Den Haag worden uitgevoerd;
- dat door de griffier een afschrift van dit vonnis en de overige op de zaak betrekking hebbende stukken per post aan de rechtbank Den Haag worden gezonden;
- dat de griffier van de rechtbank Den Haag wordt verzocht de ontvangst van genoemd vonnis en genoemde stukken en het overnemen van de behandeling van de zaak schriftelijk te bevestigen aan de griffier van deze rechtbank;
- dat de zaak nadat door de rechtbank Den Haag daaraan een dossiernummer is toegekend uitsluitend met dat nummer zal worden aangeduid;
- dat de curator alleen verslag behoeft uit te brengen aan de benoemde rechter-commissaris en dat alle betrokkenen zich vanaf heden uitsluitend zullen richten tot de rechtbank Den Haag dan wel de benoemde rechter-commissaris van de rechtbank Den Haag;
- dat de rechtbank Rotterdam dit vonnis zal publiceren en dat alle verdere publicaties zullen worden verricht door de rechtbank te Den Haag.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.A.T. Frima, rechter, en in aanwezigheid van A. Mergen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 14 april 2020 te 10:10 uur.