Insolventierecht

Faillietverklaring - verweerster stemt in met verzoek - toepassing van Tijdelijk afwijkende regeling…

Rechtbank Rotterdam, 14 april 2020

Zaakgegevens

Op 14 april 2020 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
14 april 2020
Datum publicatie
15 april 2020
Zaaknummer
FT RK 20-97
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2020:3440
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Faillietverklaring - verweerster stemt in met verzoek - toepassing van Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken rechtbanken vanwege de bijzondere omstandigheden door de coronacrisis

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

Insolventienummer: [nummer]

Uitspraak: 14 april 2020

VONNIS op het op 14 februari 2020 ingekomen verzoekschrift, met bijlage(n), van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HSBC INVOICE FINANCE (UK) LTD (WA),

gevestigd te Worthing, Vereningd Koninkrijk,

verzoekster,

advocaat mr. P.J.E.M. Nuiten,

strekkende tot faillietverklaring van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AVT CHEMICALS B.V.,

kantoorhoudende aan de Oudendijk 28

4285 WK Gorninchem,

correspondentieadres:

Frank van Borselenstraat 49 B

3132 JD Vlaardingen,

statutair gevestigd te Gorinchem,

verweerster.

1 De procedure

De rechtbank heeft met toepassing van de Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken rechtbanken vanwege de bijzondere omstandigheden door de Corona-crisis (hierna: TARIC), verzoekster en verweerster schriftelijk geïnformeerd over de behandeling van onderhavig verzoekschrift ter zitting van 14 april 2020 onder toezending van een formulier waarop verzoekster en verweerster hun standpunt naar voren konden brengen, met de mededeling dat dit formulier uiterlijk voor 14:00 uur op de dag voorafgaande aan de behandeling door de griffie dient te zijn ontvangen.

Van verweerster is het formulier op 8 april 2020 ontvangen. Daarbij heeft verweerster aangegeven dat zij instemt met het verzoek en dat zij geen verweer wenst te voeren.

Op 2 april 2020 is van verzoekster het voornoemde formulier ontvangen ter griffie van deze rechtbank.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 De beoordeling

De rechtbank oordeelt dat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van verzoekster en van het bestaan van feiten of omstandigheden die aantonen dat verweerster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.

De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verweerster in Nederland ligt.

3 De beslissing

De rechtbank,

- verklaart AVT CHEMICALS B.V. voornoemd in staat van faillissement;

- benoemt tot rechter-commissaris mr. A.G.M. Zander, lid van de rechtbank Zeeland-West Brabant;

- stelt aan tot curator mr. P.J.W. Vermunt, advocaat te Roosendaal;

- geeft last aan de curator tot het openen van brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht.

bepaalt:

- dat de taken die de wet in een faillissement aan de rechtbank opdraagt, met uitzondering van de tegen de faillietverklaring in te stellen rechtsmiddelen, na deze beslissing en de publicatie daarvan, door de rechtbank Zeeland-West Brabant worden uitgevoerd;

- dat door de griffier een afschrift van dit vonnis en de overige op de zaak betrekking hebbende stukken per post aan de rechtbank Zeeland-West Brabant worden gezonden;

- dat de griffier van de rechtbank Zeeland-West Brabant wordt verzocht de ontvangst van genoemd vonnis en genoemde stukken en het overnemen van de behandeling van de zaak schriftelijk te bevestigen aan de griffier van deze rechtbank;

- dat de zaak nadat door de rechtbank Zeeland-West Brabant daaraan een dossiernummer is toegekend uitsluitend met dat nummer zal worden aangeduid;

- dat de curator alleen verslag behoeft uit te brengen aan de benoemde rechter-commissaris en dat alle betrokkenen zich vanaf heden uitsluitend zullen richten tot de rechtbank Zeeland-West Brabant dan wel de benoemde rechter-commissaris van de rechtbank Zeeland-West Brabant;

- dat de rechtbank Rotterdam dit vonnis zal publiceren en dat alle verdere publicaties zullen worden verricht door de rechtbank te Zeeland-West Brabant.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.A.T. Frima, rechter, en in aanwezigheid van A. Mergen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 14 april 2020 te 10:16 uur.

Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.