Insolventierecht

Faillietverklaring - eigen aangifte - aangeefster telefonisch gehoord - toepassing van Tijdelijk afwijkende…

Rechtbank Rotterdam, 14 april 2020

Zaakgegevens

Op 14 april 2020 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
14 april 2020
Datum publicatie
15 april 2020
Zaaknummer
FT EA 20-427
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2020:3446
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Faillietverklaring - eigen aangifte - aangeefster telefonisch gehoord - toepassing van Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken rechtbanken vanwege de bijzondere omstandigheden door de coronacrisis

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

Insolventienummer: [nummer]

Uitspraak: 14 april 2020

VONNIS op de aangifte tot faillietverklaring (rekestnummer: [nummer] / FT EA 20/427) van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[naam] SANITAIR B.V.,

kantoorhoudende aan de Venkelbaan 42

2908 KE Capelle aan den IJssel,

statutair gevestigd te Capelle aan den IJssel,

aangeefster.

1 De procedure

[betrokkene] , «(middellijk) bestuurder van aangeefster, is telefonisch in raadkamer gehoord.

2 De beoordeling

De rechtbank oordeelt dat summierlijk is gebleken van feiten of omstandigheden die aantonen dat aangeefster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.

De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van aangeefster in Nederland ligt.

3 De beslissing

De rechtbank,

- verklaart [naam] SANITAIR B.V. voornoemd in staat van faillissement;

- benoemt tot rechter-commissaris mr. C.G.E. Prenger, lid van deze rechtbank;

- stelt aan tot curator mr. J. de Vries, advocaat te Rotterdam;

- geeft last aan de curator tot het openen van brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.A.T. Frima, rechter, en in aanwezigheid van A. Mergen, griffier, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2020 te 09:12 uur.