Insolventierecht
Verzet gegrond – afdoening zonder mondelinge behandeling - Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken…
Rechtbank Rotterdam, 3 juni 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:5002 · Rechtbank Rotterdam · 3 juni 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2020-5002
Zaakgegevens
Op 3 juni 2020 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 3 juni 2020
- Datum publicatie
- 8 juni 2020
- Zaaknummer
- FT RK 20-296
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.C Steenhoek, mr. V Ahuis
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2020:5002
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet gegrond – afdoening zonder mondelinge behandeling - Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken rechtbanken vanwege de bijzondere omstandigheden door de coronacrisis (TARIC)
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
verzet gegrond
insolventienummer [nummer]
uitspraakdatum: 3 juni 2020
Vonnis op het verzoekschrift van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
WHOONAPART B.V.,
gevestigd aan de Cairostraat 127
3047 BB Rotterdam,
verzoekster,
advocaat: mr. R.C. Steenhoek,
strekkende tot vernietiging van het vonnis van deze rechtbank van 12 mei 2020, waarbij zij op verzoek van:
[verweerder] ,
wonende te Rotterdam,
verweerder,
advocaat: mr. V. Ahuis
in staat van faillissement is verklaard met benoeming van mr. B.A. Cnossen tot rechter-commissaris en met aanstelling van mr. J.R. Hagendoorn als curator.
1 De procedure
Het verzoekschrift is op 27 mei 2020 ter griffie ontvangen.
Bij bericht van 2 juni 2020 heeft de curator zijn bevindingen aan de rechtbank doen toekomen.
Bij e-mailberichten van 2 en 3 juni 2020 hebben de advocaten van partijen de rechtbank bericht dat partijen een betalingsregeling hebben getroffen.
Bij e-mailbericht van 3 juni 2020 heeft de curator de rechtbank bericht dat verzoekster zekerheid heeft gesteld voor zijn salaris en verschotten.
De rechtbank doet met instemming van partijen en de curator uitspraak op stukken.
De uitspraak is bepaald op heden.
2 De beoordeling
Nu het verzet tijdig is ingesteld, is verzoekster ontvankelijk in haar verzoek.
De rechtbank stelt op grond van de berichten van de advocaten van partijen en de curator vast dat niet summierlijk is gebleken van feiten en omstandigheden die aantonen dat verzoekster verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. De rechtbank zal daarom het vonnis van 12 mei 2020 vernietigen en het salaris van de curator en de verschotten vaststellen.
3 De beslissing
De rechtbank:
- vernietigt het vonnis van deze rechtbank van 12 mei 2020, waarbij verzoekster in staat van faillissement is verklaard;
- stelt het salaris van de curator vast op € 6.250,26 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van verzoekster;
- stelt de verschotten vast op € 250,01 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van verzoekster.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van mr. M. Mouthaan, griffier, in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2020.