Insolventierecht

Verzet gegrond – afdoening zonder mondelinge behandeling - Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken…

Rechtbank Rotterdam, 24 juni 2020

Zaakgegevens

Op 24 juni 2020 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
24 juni 2020
Datum publicatie
26 juni 2020
Zaaknummer
FT RK 20-293
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. B Temeltasch, mr. H.H.M Meijroos
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2020:5599
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzet gegrond – afdoening zonder mondelinge behandeling - Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken rechtbanken vanwege de bijzondere omstandigheden door de coronacrisis (TARIC)

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

verzet gegrond

insolventienummer [nummer]

uitspraakdatum: 24 juni 2020

Vonnis op het verzoekschrift van:

[verzoeker] ,

wonende [adres, postcode en woonplaats]

,

verzoeker,

advocaat: mr. B. Temeltasch,

strekkende tot vernietiging van het vonnis van deze rechtbank van

12 mei 2020, waarbij hij op verzoek van:

[naam] AUTOVERHUUR & LEASE B.V.,

gevestigd te Naaldwijk,

verweerster,

advocaat: mr. H.H.M. Meijroos

in staat van faillissement is verklaard met benoeming van mr. C.G.E. Prenger tot rechter-commissaris en met aanstelling van mr. S.A. van Aalst als curator.

1 De procedure

Het verzoekschrift is op 26 mei 2020 ter griffie ontvangen.

Bij bericht van 8 juni 2020 heeft de curator haar bevindingen aan de rechtbank doen toekomen.

Op 23 juni 2020 heeft de curator de rechtbank bericht dat verzoeker de faillissementskosten heeft voldaan.

Bij e-mailbericht van 24 juni 2020 heeft de advocaat van verweerster de rechtbank bericht dat partijen een betalingsregeling hebben getroffen.

De rechtbank doet met instemming van partijen en de curator uitspraak op stukken.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 De beoordeling

Nu het verzet tijdig is ingesteld, is verzoeker ontvankelijk in zijn verzoek.

De rechtbank stelt op grond van het verzetschrift en de berichten van verzoeker en de curator vast dat niet summierlijk is gebleken van feiten en omstandigheden die aantonen dat verzoeker verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. De rechtbank zal daarom het vonnis van 12 mei 2020 vernietigen en het salaris van de curator en de verschotten vaststellen.

3 De beslissing

De rechtbank:

  • vernietigt het vonnis van deze rechtbank van 12 mei 2020, waarbij verzoeker in staat van faillissement is verklaard;

  • stelt het salaris van de curator vast op € 2.529,45 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van verzoeker;

- stelt de verschotten vast op € 101,18 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van verzoeker.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. Damsteegt-Molier, rechter, en in aanwezigheid van mr. M. Mouthaan, griffier, in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2020.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.