Insolventierecht

verzoek toelating schuldsaneringsregeling afgewezen

Rechtbank Rotterdam, 22 juli 2021

Zaakgegevens

Op 22 juli 2021 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
22 juli 2021
Datum publicatie
23 juli 2021
Zaaknummer
C/10/616502 / FT EA 21/478 en C/10/616504 / FT EA
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2021:7112
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

verzoek toelating schuldsaneringsregeling afgewezen

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling

rekestnummer: [nummer]

uitspraakdatum: 22 juli 2021

[naam 1] en [naam 2],

[adres]

[woonplaats] ,

verzoekers.

1 De procedure

Verzoekers hebben op 9 april 2021 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De mondelinge behandeling van dit verzoek was bepaald op 27 mei 2021. Ter terechtzitting is de advocaat van verzoekers, mr. T. Catak, verschenen. Verzoekers zijn, zonder opgaaf van redenen, niet verschenen.

De voortzetting van de behandeling van het verzoek was bepaald op 25 juni 2021. De advocaat heeft op 25 juni 2021 de rechtbank bericht dat verzoekers verhinderd waren en heeft verzocht om de behandeling nogmaals aan te houden.

De voortzetting van de behandeling is vervolgens bepaald op 15 juli 2021. Ter terechtzitting is de advocaat, mr. T. Catak, verschenen. Verzoekers zijn wederom, zonder opgaaf van redenen, niet verschenen.

2 De feiten

Verzoeker ontvangt inkomsten uit een WIA-uitkering. Verzoekster ontvangt zelf geen (aanvullende) inkomsten. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet € 13.254,44.

3 De beoordeling

Verzoekers zijn voor de behandeling van hun verzoekschrift ter terechtzitting driemaal deugdelijk opgeroepen op het door hun opgegeven adres. Verzoekers zijn echter tweemaal zonder opgave van reden niet verschenen. Gelet hierop moet gevreesd worden dat zij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren zullen nakomen, meer in het bijzonder de informatieverplichting. Daarom zal het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling worden afgewezen.

Bovendien blijkt uit het verzoekschrift dat verzoekster de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst om de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling te kunnen naleven. Op grond van het bepaalde in de landelijk uniforme beoordelingscriteria toelating schuldsanering dient het verzoek ook hierom afgewezen te worden.

Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat dit niet betekent dat er geen andere feiten of omstandigheden zijn die eveneens tot afwijzing van het verzoek dienen te leiden.

4 De beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.E. Prenger, rechter, en in aanwezigheid van
mr. N.A. Masrom, griffier, in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2021.

Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.