Insolventierecht
Faillissementsrekest. Faillissement uitgesproken met instemming verweerster.
Rechtbank Rotterdam, 15 maart 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:2017 · Rechtbank Rotterdam · 15 maart 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2022-2017
Zaakgegevens
Op 15 maart 2022 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 15 maart 2022
- Datum publicatie
- 18 maart 2022
- Zaaknummer
- FT RK 22.65
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. L.J.J. Kerstens en mr. G.P. de Gruijter
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2022:2017
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Faillissementsrekest. Faillissement uitgesproken met instemming verweerster.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
Insolventienummer: [nummer]
Uitspraak: 15 maart 2022
VONNIS op het op 11 februari 2022 ingekomen verzoekschrift, met bijlage(n), van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CARE4LEASE B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
verzoekster,
advocaat: mr. L.J.J. Kerstens en mr. G.P. de Gruijter,
strekkende tot faillietverklaring van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LEASEQ EQUIPMENT B.V.,
gevestigd te Philippusweg 2,
3125 AS Schiedam,
statutair gevestigd te Bleiswijk,
verweerster.
1 De procedure
Op 8 maart 2022 zijn in raadkamer gehoord, verzoekster, bij monde van haar advocaten
mr. L.J.J. Kerstens en mr. G.P de Gruijter. Namens verweerster is gehoord de heer
[naam 1] (middellijk bestuurder) en de heer [naam 2]
Voorafgaand aan de zitting heeft verzoekster op 7 maart 2022 nadere producties ingediend.
Ter terechtzitting zijn door verweerster nadere stukken overgelegd aan de rechtbank, welke na de zitting door verweerster aan verzoekster zijn doorgestuurd.
De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden.
2 Standpunt van partijen
Voor zover van belang is door partijen het volgende aangevoerd.
Verzoekster heeft in haar verzoekschrift en in haar pleitnotitie gesteld dat zij een opeisbare vordering heeft op verweerster en dat verweerster verkeert in een toestand van opgehouden zijn te betalen nu zij, naast de vordering van verzoekster, ook andere schulden onbetaald laat.
De heer [naam 1] , heeft namens verweerster ter zitting de vordering van verzoekster alsmede de steunvorderingen erkend. Verweerster voert geen verweer tegen het uitspreken van het faillissement.
3 De beoordeling
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verweerster in Nederland ligt.
Ingevolge artikel 6 van de Faillissementswet wordt de faillietverklaring uitgesproken, indien summierlijk blijkt van het bestaan van feiten en omstandigheden die aantonen dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen en, als een schuldeiser het verzoek doet, ook van het vorderingsrecht van deze. Van de hiervoor bedoelde feiten en omstandigheden blijkt in het algemeen, indien sprake is van pluraliteit van schuldeisers, terwijl tenminste één vordering opeisbaar is.
Op basis van het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank vast dat verweerster de opeisbare vorderingen van verzoekster heeft erkend. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de vorderingsrechten van verzoekster op verweerster summierlijk is gebleken. Tevens heeft verweerster de steunvorderingen erkend. Gelet hierop is de rechtbank dan ook van oordeel dat sprake is van pluraliteit van schuldeisers.
De rechtbank oordeelt dat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van verzoekster en van het bestaan van feiten of omstandigheden die aantonen dat verweerster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen. Een en ander leidt ertoe dat de rechtbank het verzoek tot faillietverklaring zal toewijzen.
4 De beslissing
De rechtbank,
- verklaart LEASEQ EQUIPMENT B.V. voornoemd in staat van faillissement;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. J.C.A.T. Frima, lid van deze rechtbank;
- stelt aan tot curator mr. J.O. Bijloo, advocaat te Rotterdam;
- geeft last aan de curator tot het openen van brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.A.T. Frima, rechter, en in aanwezigheid van
J. Hillen-Huizer, griffier, in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2022 te 10:00 uur.
de griffier is buiten staat dit
vonnis mede te ondertekenen