Insolventierecht

Afwijzing wsnp-verzoek (art. 284, 288 Fw). Verzoeker meerdere keren niet verschenen.

Rechtbank Rotterdam, 7 april 2022

Zaakgegevens

Op 7 april 2022 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
7 april 2022
Datum publicatie
21 april 2022
Zaaknummer
FT EA 21/1523
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2022:2970
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Afwijzing wsnp-verzoek (art. 284, 288 Fw). Verzoeker meerdere keren niet verschenen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling

rekestnummer: [nummer]

uitspraakdatum: 7 april 2022

[verzoeker] ,

[adres]

[postcode] [woonplaats] ,

verzoeker.

1. De procedure

Verzoeker heeft op 6 december 2021 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoeker is opgeroepen voor een telefonische zitting op 17 januari 2022 en vervolgens op 10 februari 2022. Beide keren was hij telefonisch niet bereikbaar. Vervolgens is hij opgeroepen om op 31 maart 2022 (fysiek) op zitting te verschijnen. Hij is toen ook niet verschenen. Mevrouw M. Koçak is ter terechtzitting verschenen als beschermingsbewindvoerder van verzoeker.

2. De feiten

Verzoeker ontvangt inkomsten uit arbeid. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet € 155.243,77.

3. De beoordeling

Verzoeker is voor de behandeling van zijn verzoekschrift ter terechtzitting tweemaal deugdelijk opgeroepen op het door hem opgegeven adres. Allereerst werd verzoeker tweemaal opgeroepen voor een telefonische zitting. Verzoeker was tijdens beide telefonische zittingen niet bereikbaar op het door hem opgegeven telefoonnummer. Hiertoe is besloten verzoeker nogmaals op te roepen voor een fysieke zitting. Verzoeker is echter ook hier zonder opgave van reden niet verschenen. Gelet hierop moet gevreesd worden dat hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren zal nakomen, meer in het bijzonder de informatieverplichting.

Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden afgewezen.

Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat dit niet betekent dat er geen andere feiten of omstandigheden zijn die eveneens tot afwijzing van het verzoek dienen te leiden.

4. De beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek af.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.A. Cnossen, rechter, en in aanwezigheid van

M. Melissant, griffier, in het openbaar uitgesproken op 7 april 2022.

Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.