Insolventierecht

Afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling. Verslaving. Relevant wetsartikel: artikel 284 Fw

Rechtbank Rotterdam, 5 juli 2023

Zaakgegevens

Op 5 juli 2023 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
5 juli 2023
Datum publicatie
24 november 2023
Zaaknummer
FT EA 23/326
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:10994
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling. Verslaving.

Relevant wetsartikel: artikel 284 Fw

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling

rekestnummer: [nummer]

uitspraakdatum: 5 juli 2023

[verzoeker] ,

[adres]

[woonplaats],

verzoeker.

1 De procedure

Verzoeker heeft op 4 april 2023 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoeker is gehoord ter zitting van 9 juni 2023.

2 De feiten

Verzoeker ontvangt inkomsten uit een WWB uitkering. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet €56.890,29.

3 De beoordeling

Gedurende de schuldsaneringsregeling rusten op een schuldenaar voortdurend zware verplichtingen en van hem worden in deze periode forse inspanningen gevergd. Met deze verplichtingen en beperkingen verdraagt zich niet dat een schuldenaar verslaafd is, of dat sprake is van een reële kans op een terugval in een zeer onlangs overwonnen verslaving.

In de landelijk uniforme beoordelingscriteria toelating schuldsaneringsregeling, zoals opgenomen in Bijlage III van het Procesreglement verzoekschriftprocedures insolventiezaken rechtbanken, is hierover het volgende bepaald:

“Toelating tot de schuldsaneringsregeling ingeval van verslavingsproblematiek

Een verzoeker met verslavingsproblemen wordt in beginsel alleen toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, indien aannemelijk is dat de verslaving al enige tijd onder controle is, in die zin dat de verzoeker al enige tijd geen drugs of alcohol meer gebruikt en/of al enige tijd niet meer gokt. De periode waarover de verslaving onder controle dient te zijn bedraagt in beginsel één jaar. Deze periode kan korter of langer zijn afhankelijk van, onder meer, de ernst en de duur van de verslaving. Dat de verslaving onder controle is, dient te worden bevestigd door een hulpverlener of door een hulpverlenende instantie.”

Gezien het voorgaande en de ter zitting gegeven verklaring van verzoeker, stelt de rechtbank vast dat niet of onvoldoende is aangetoond dat de verslaving van verzoeker al enige tijd onder controle is. Bij verzoeker is er tot op heden sprake van bovenmatig harddrugsgebruik. Verzoeker ondergaat hiervoor (nog) geen behandeling. Derhalve bestaat bij de rechtbank gegronde vrees dat verzoeker zijn verplichtingen van de schuldsaneringsregeling niet naar behoren zal kunnen nakomen.

Zodra verzoeker is gestart met een behandeling en met een verklaring van zijn behandelaar kan aantonen dat en sinds wanneer zijn verslaving onder controle is, kan hij een nieuw verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling indienen, welk verzoek dan mogelijk meer kans van slagen heeft.

Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden afgewezen.

Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat dit niet betekent dat er geen andere feiten of omstandigheden zijn die eveneens tot afwijzing van het verzoek dienen te leiden.

4 De beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek af.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.A. Cnossen, rechter, en in aanwezigheid van

A.B.T. Fernandes Pedra, griffier, in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2023.

Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.