Insolventierecht

WSNP verzoek afgewezen. Recente schuld te kwader trouw. Voorzienbare moeilijkheden bij nakoming verplichtingen WSNP

Rechtbank Rotterdam, 21 december 2023

Zaakgegevens

Op 21 december 2023 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
21 december 2023
Datum publicatie
10 januari 2024
Zaaknummer
FT EA 23/1126
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:12499
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

WSNP verzoek afgewezen. Recente schuld te kwader trouw. Voorzienbare moeilijkheden bij nakoming verplichtingen WSNP

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling

rekestnummer: [nummer]

uitspraakdatum: 21 december 2023

[verzoeker] ,

[adres]

[woonplaats],

verzoeker.

1 De procedure

Verzoeker heeft op 13 november 2023 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoeker is gehoord ter terechtzitting van 14 december 2023.

Op 18 december 2023 heeft verzoeker nadere stukken ingediend.

2 De feiten

Verzoeker ontvangt inkomsten uit WIA-uitkering. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet € 53.379,43.

3 De beoordeling: afwijzing verzoek wsnp

Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp) wordt slechts toegewezen als voldoende aannemelijk is dat (i) verzoeker ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest en (ii) hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.

De goede trouw is een gedragsmaatstaf waaraan een verzoeker dient te voldoen. Bij de beoordeling daarvan kan de rechter rekening houden met alle omstandigheden, zoals de aard en de omvang van de vorderingen, het tijdstip waarop de schulden zijn ontstaan, de mate waarin de verzoeker kan worden verweten dat de schulden zijn ontstaan en/of onbetaald gelaten, het gedrag van verzoeker voor wat betreft zijn inspanningen de schulden te voldoen of acties zijnerzijds om verhaal door de schuldeisers juist te frustreren en dergelijke.

De rechtbank oordeelt dat aan bovengenoemde toelatingseisen niet is voldaan en zal daarom het verzoek tot toepassing van de wsnp afwijzen. Het volgende is daartoe redengevend.

(i) Recente schuld te kwader trouw

Verzoeker heeft tijdens de minnelijke schuldregeling een nieuwe schuld laten ontstaan aan Woonbron van € 44.977,13. De schuld bestaat uit kosten voor herstel van schade aan de voormalige woning van verzoeker. Ter zitting is gebleken dat Woonbron de huurovereenkomst heeft ontbonden naar aanleiding van de vondst van een drugslab in de woning van verzoeker. Zij heeft daarna de woning in oorspronkelijke staat moeten terugbrengen. De rechtbank oordeelt dat deze schuld niet te goeder trouw is ontstaan en op dit moment in de weg staat aan toelating tot de wsnp.

(ii) Voorzienbare moeilijkheden bij nakoming verplichtingen wsnp

Gebleken is, dat verzoeker jarenlang drugsverslaafd is geweest. Dit maakte hem vatbaar voor dwang van derden. Volgens verzoeker heeft hij onder invloed van die verslaving derden toegestaan om in zijn woning drugs te verwerken en/of bewerken.

Onvoldoende gebleken is, dat verzoeker de verslaving onder controle heeft, en dat deze situatie stabiel is. Bovendien is nog niet duidelijk of het aangetroffen drugslab zal leiden tot een strafzaak tegen verzoeker. Mocht er een strafzaak volgen, dan is het niet uit te sluiten dat er nieuwe schulden zullen ontstaan (hetgeen aan een succesvol einde van de wsnp in de weg zou kunnen staan).

Derhalve bestaat bij de rechtbank de vrees dat verzoeker zijn verplichtingen binnen de schuldsaneringsregeling niet naar behoren zal kunnen nakomen.

Zodra verzoeker met een verklaring van zijn behandelaar kan aantonen dat en sinds wanneer zijn verslaving onder controle is, kan hij een nieuw verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling indienen, welk verzoek dan mogelijk meer kans van slagen heeft.

Conclusie

Feiten en omstandigheden die – ondanks het ontbreken van de goede trouw – toelating rechtvaardigen zijn niet voldoende aannemelijk geworden. De rechtbank merkt op dat het een goede ontwikkeling is dat verzoeker begeleid is gaan wonen. Al het voorgaande in aanmerking genomen, en mede met het oog op de ernst en de totale hoogte van de schuld die naar het oordeel van de rechtbank niet te goeder trouw is ontstaan, oordeelt de rechtbank echter dat deze ontwikkeling onvoldoende is om een toelating tot de schuldsaneringsregeling op dit moment te rechtvaardigen. Als verzoeker zich laat behandelen voor zijn drugsverslaving en het leven van verzoeker zich (verder) stabiliseert zal een volgend verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling mogelijk meer kans van slagen hebben.

Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden afgewezen.

Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat dit niet betekent dat er geen andere feiten of omstandigheden zijn die eveneens tot afwijzing van het verzoek dienen te leiden.

4 De beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.E. Prenger, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 21 december 2023.

Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.