Insolventierecht
WSNP afwijzen. Verzoeker zit in detentie. Het is niet aannemelijk dat verzoeker de uit de…
Rechtbank Rotterdam, 1 september 2023
ECLI:NL:RBROT:2023:9946 · Rechtbank Rotterdam · 1 september 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2023-9946
Zaakgegevens
Op 1 september 2023 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 1 september 2023
- Datum publicatie
- 27 oktober 2023
- Zaaknummer
- FT EA 23/484
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2023:9946
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
WSNP afwijzen. Verzoeker zit in detentie. Het is niet aannemelijk dat verzoeker de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 1 september 2023
[verzoeker] ,
[adres]
[woonplaats],
verzoeker.
1 De procedure
Verzoeker heeft op 11 mei 2023 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoeker is opgeroepen te verschijnen ter terechtzitting van 21 augustus 2023. Verzoeker is niet ter terechtzitting verschenen.
De beschermingsbewindvoerder heeft desgevraagd, namens verzoeker, op 24 augustus 2023 aanvullende stukken aan de rechtbank overgelegd.
De uitspraak is bepaald op heden.
2 De feiten
Verzoeker ontvangt inkomsten uit WIA-uitkering. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet € 137.981,57.
3 De beoordeling
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als, onder andere, voldoende aannemelijk is dat verzoeker de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. De rechtbank oordeelt dat dit in het voorliggende geval niet aannemelijk is.
De beschermingsbewindvoerder heeft voorafgaand aan de zitting van 21 augustus 2023 de rechtbank bericht dat verzoeker is gedetineerd. Verder blijkt uit de op 24 augustus 2023 overgelegde detentieverklaring dat verzoeker tot 28 mei 2024 in detentie zal verblijven. Aangezien verzoeker (voorlopig) in detentie verblijft, bestaat bij de rechtbank gegronde vrees dat hij zijn verplichtingen van de schuldsaneringsregeling niet naar behoren zal kunnen nakomen. Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal reeds op die grond worden afgewezen.
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat dit niet betekent dat er geen andere feiten of omstandigheden zijn die eveneens tot afwijzing van het verzoek dienen te leiden.
Als verzoeker niet meer is gedetineerd kan hij een nieuw verzoek doen om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Hij zal daar dan ook een actuele staat van zijn schulden bij moeten doen.
4 De beslissing
De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Damsteegt, rechter, en in aanwezigheid van mr. T.M.M. de Laat, griffier, in het openbaar uitgesproken op 1 september 2023.