Insolventierecht
Schuldenares is toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van meerdere verplichtringen in de…
Rechtbank Rotterdam, 15 januari 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:1615 · Rechtbank Rotterdam · 15 januari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2024-1615
Zaakgegevens
Op 15 januari 2024 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 15 januari 2024
- Datum publicatie
- 1 maart 2024
- Zaaknummer
- FT EA 23-170
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2024:1615
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Schuldenares is toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van meerdere verplichtringen in de schuldsaneringsregeling
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
tussentijdse beëindiging
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 15 januari 2024
Bij vonnis van deze rechtbank van 17 mei 2023 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenares] ,
[adres]
[woonplaats],
schuldenares,
bewindvoerder: M. den Uil.
1 De procedure
De bewindvoerder heeft de rechter-commissaris verzocht de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen. De rechter-commissaris heeft op 14 november 2023 met dit verzoek ingestemd.
Ter terechtzitting van 8 januari 2024 zijn verschenen en gehoord:
-
[schuldenares], schuldenares,
-
[naam], partner van schuldenares,
-
de heer C. Mulder en mevrouw K. Wouts, beschermingsbewindvoerder,
-
mevrouw M. den Uil, bewindvoerder.
De uitspraak is bepaald op heden.
2 De standpunten
Voor de standpunten van de rechter-commissaris, de bewindvoerder, de beschermingsbewindvoerder en schuldenares verwijst de rechtbank naar de desbetreffende gedingstukken en het verhandelde ter zitting.
3 De beoordeling
De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om na drie jaar een schone lei te verkrijgen. Dit betekent in de voorliggende regeling dat een groot deel van de schuld van € 8.371,75 niet langer opeisbaar is. Tegenover dit perspectief staat een aantal niet lichtvaardig op te vatten verplichtingen. Zo dient de schuldenaar gedurende de toepassing van de regeling onder meer de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd te informeren, zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag af te dragen aan de boedelrekening en zich aantoonbaar tot het uiterste in te spannen om een fulltime dienstbetrekking te verkrijgen. Hiernaast mogen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling geen bovenmatige nieuwe schulden ontstaan. Van de schuldenaar wordt een actieve houding verwacht bij het naleven van voornoemde verplichtingen. De rechtbank oordeelt dat schuldenares toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen en overweegt daartoe als volgt.
De rechtbank stelt vast dat er tekortkomingen bestaan ten aanzien van de informatieverplichting en de inspanningsverplichting. Daarnaast zijn er meerdere nieuwe schulden ontstaan en kan de boedelachterstand niet correct worden berekend in verband met het ontbreken van de juiste informatie. Dat bovengenoemde tekortkomingen schuldenares niet te verwijten zijn, is onvoldoende aannemelijk geworden. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat schuldenares, in elk geval na de waarschuwingsbrief van de rechter-commissaris van 12 juli 2023 en na de waarschuwingsbrief van de rechter-commissaris van 17 augustus 2023, van de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling goed op de hoogte moet zijn geweest. De rechtbank ziet geen aanleiding om schuldenares via een verlenging de kans te geven om de tekortkomingen te compenseren. Dit zou naar het oordeel van de rechtbank geen haalbare mogelijkheid zijn.
De toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder c, Faillissementswet (hierna: Fw).
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.
De rechtbank stelt vast dat er geen baten beschikbaar zijn om daaruit vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen. Er is daarom geen sprake van een faillissement van rechtswege zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde gaat.
4 De beslissing
De rechtbank:
- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 1.979,74;
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van mr. T.M.M. de Laat, griffier, in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2024.