Insolventierecht
afwijzen WSNP, geen problematische schuldenlast
Rechtbank Rotterdam, 23 mei 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:5734 · Rechtbank Rotterdam · 23 mei 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2024-5734
Zaakgegevens
Op 23 mei 2024 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 23 mei 2024
- Datum publicatie
- 20 juni 2024
- Zaaknummer
- FT RK 24/198
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2024:5734
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
afwijzen WSNP, geen problematische schuldenlast
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 23 mei 2024
[verzoeker] ,
[adres]
[woonplaats],
verzoeker.
1 De procedure
Verzoeker heeft op 12 maart 2024 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft de behandeling van het verzoekschrift bepaald op 16 mei 2024.
Ter zitting van 16 mei 2024 zijn verschenen en gehoord:
-
verzoeker;
-
mevrouw A. Changur, werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna te noemen: schuldhulpverlening);
-
mevrouw A. Goncalves, werkzaam bij stichting Maaszicht (hierna te noemen: begeleider).
De uitspraak is bepaald op heden.
2 De feiten
Verzoeker ontvangt inkomsten uit arbeid. Hij is werkzaam via een uitzendbureau. Tot februari 2024 had hij een aflossingscapaciteit van € 1.088,76 per maand. Met ingang van februari 2024 bedraagt de aflossingscapaciteit € 828,53. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet € 7.782,35. Ter zitting heeft schuldhulpverlening verklaard dat er sinds de startdatum van de schuldregeling wordt gereserveerd voor de schuldeisers.
3 De beoordeling
Ingevolge artikel 288, eerste lid, onder a Faillissementswet wordt het verzoek, zoals bedoeld in artikel 284, eerste lid Faillissementswet slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat schuldenaar niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden.
Ter zitting is gebleken dat er sinds de startdatum van de schuldregeling maandelijks wordt gereserveerd voor de schuldeisers. Verzoeker heeft inkomsten uit arbeid. Tot februari 2024 was er sprake van een maandelijkse aflossingscapaciteit van € 1.088,76 per maand. In februari 2024 is verzoeker gaan samenwonen met zijn vriendin. Sindsdien bedraagt de aflossingscapaciteit € 828,53 per maand. De rechtbank gaat er van uit dat op basis van voornoemde bedragen er inmiddels een bedrag van circa € 6.400,-- voor de schuldeisers is gereserveerd. De schuldenlast bedraagt € 7.782,35. Uitgaande van het reeds gereserveerde saldo voor de schuldeisers en de maandelijkse afloscapaciteit van verzoeker, kan verzoeker binnen enkele maanden zijn volledige schuldenlast voldoen.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker zich niet bevindt in een problematische schuldsituatie. Verzoeker bevindt zich niet in een klemmende en uitzichtloze situatie. Verzoeker heeft perspectief om zijn schuldenlast volledig te voldoen binnen een afzienbare periode.
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden afgewezen.
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat dit niet betekent dat er geen andere feiten of omstandigheden zijn die eveneens tot afwijzing van het verzoek dienen te leiden.
4 De beslissing
De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van
C. van der Velde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2024.