Insolventierecht

Voordracht tussentijdse beëindiging afgewezen. De thans nog resterende tekortkomingen in de nakoming van de…

Rechtbank Rotterdam, 27 maart 2025

Zaakgegevens

Op 27 maart 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
27 maart 2025
Datum publicatie
7 oktober 2025
Zaaknummer
FT EA 22-725
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:11654
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voordracht tussentijdse beëindiging afgewezen. De thans nog resterende tekortkomingen in de nakoming van de sollicitatieverplichting rechtvaardigen in het licht van het voorgaande op dit moment geen tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

weigering tussentijdse beëindiging

insolventienummer: [nummer]

uitspraakdatum: 27 maart 2025

Bij vonnis van deze rechtbank van 2 november 2022 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:

[schuldenaar] ,

[adres]

[postcode] [woonplaats],

schuldenaar,

bewindvoerder: R.I. de Jong.

1 De procedure

De bewindvoerder heeft de rechter-commissaris verzocht de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen. De rechter-commissaris heeft op 11 november 2024 met dit verzoek ingestemd.

Bij bericht van 28 februari 2025 heeft de bewindvoerder de laatste stand van zaken aan de rechtbank toegezonden.

De bewindvoerder en schuldenaar zijn gehoord ter terechtzitting van 6 maart 2025.

De rechtbank heeft de behandeling van het verzoek aangehouden om schuldenaar in de gelegenheid te stellen de ontbrekende informatie aan de bewindvoerder te overleggen en een aflossingsplan op te stellen. De rechtbank heeft bepaald dat het verzoek opnieuw zal worden behandeld ter terechtzitting van 20 maart 2025. De bewindvoerder is verzocht om voor die datum de laatste stand van zaken mee te delen.

Bij bericht van 14 maart 2025 heeft de bewindvoerder de laatste stand van zaken en het aflossingsplan van schuldenaar aan de rechtbank toegezonden.

De bewindvoerder en schuldenaar zijn gehoord ter terechtzitting van 20 maart 2025.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 De standpunten

Voor de standpunten van de rechter-commissaris, de bewindvoerder en schuldenaar verwijst de rechtbank naar de desbetreffende gedingstukken en het verhandelde ter zitting.

3 De beoordeling

De rechtbank stelt vast dat de tekortkomingen in de nakoming van de informatieplicht zijn hersteld. Op 14 maart 2025 heeft de bewindvoerder de laatste stand van zaken aan de rechtbank toegezonden. Hierin heeft de bewindvoerder te kennen gegeven dat vanwege een storing in het portal enkele documenten die schuldenaar had aangeleverd niet zichtbaar waren. Schuldenaar heeft de overige ontbrekende stukken inmiddels ook aangeleverd. Ter zitting heeft de bewindvoerder bevestigd dat de tekortkomingen in de nakoming van de informatieplicht zijn hersteld.

Ten aanzien van de nieuwe schuld aan Infomedics van € 792,59, in behandeling bij Yards Deurwaardersdiensten, heeft schuldenaar te kennen gegeven dat hij deze inmiddels heeft voldaan. De bewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat hij het betalingsbewijs van deze schuld nog niet heeft ontvangen. De rechtbank gaat ervanuit dat schuldenaar het betalingsbewijs van de schuld alsnog aan de bewindvoerder overlegt.

De rechtbank stelt voorts vast dat er sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de sollicitatieplicht. De bewindvoerder heeft te kennen gegeven dat schuldenaar een deel van de ontbrekende sollicitatiebewijzen heeft aangeleverd en dat deze voldoen aan de richtlijnen. In de laatste stand van zaken heeft de bewindvoerder verklaard dat er thans negen sollicitatiebewijzen ontbreken. Ter zitting heeft schuldenaar te kennen gegeven dat hij inmiddels vier aanvullende sollicitaties heeft ingeleverd en er aldus sprake is van een tekortkoming van vijf sollicitaties. Schuldenaar heeft verklaard dat hem is geadviseerd om de komende maanden één extra sollicitatiebewijs aan te leveren om de tekortkoming voor het einde van de looptijd te herstellen. Om die reden heeft schuldenaar de ontbrekende sollicitatiebewijzen nog niet overgelegd aan de bewindvoerder. Schuldenaar heeft te kennen gegeven dat hij hier wel thans over beschikt.

Tenslotte stelt de rechtbank vast dat er sprake is van een boedelachterstand van € 17.118,56. Een deel van deze schuld is ontstaan doordat schuldenaar op 20 juni 2024 een netto transitievergoeding heeft ontvangen van € 5.902,97. De bewindvoerder heeft te kennen gegeven dat schuldenaar, zonder voorafgaand overleg, het geld van de transitievergoeding heeft aangewend voor de aanschaf van een auto. De auto valt in de boedel. Ter zitting is besproken dat schuldenaar de auto zal kunnen gaan verkopen voor een bedrag ter hoogte van de boedelachterstand, waarna de boedelachterstand volledig kan worden aangezuiverd. Als dit resultaat tot stand komt levert de tekortkoming van de schuldenaar (het niet afdragen van de ontvangen transitievergoeding) niet langer nadeel op voor de boedel.

De thans nog resterende tekortkomingen in de nakoming van de sollicitatieverplichting rechtvaardigen in het licht van het voorgaande op dit moment geen tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.

Door de rechtbank wordt aan schuldenaar thans een laatste kans geboden om de schuldsaneringsregeling tot een goed einde te brengen. Alle uit de regeling voortvloeiende verplichtingen moeten in het vervolg door schuldenaar stipt worden nagekomen, om een (tussentijdse) beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei te voorkomen.

4 De beslissing

De rechtbank:

- weigert de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van mr. J.A. Kuijvenhoven, griffier, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 maart 2025.

Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.