Insolventierecht
WSNP verzoek afgewezen. Verzoeker heeft schulden niet te goeder trouw.
Rechtbank Rotterdam, 9 januari 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:1727 · Rechtbank Rotterdam · 9 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2025-1727
Zaakgegevens
Op 9 januari 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 9 januari 2025
- Datum publicatie
- 11 februari 2025
- Zaaknummer
- FT RK 24/1215
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2025:1727
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
WSNP verzoek afgewezen. Verzoeker heeft schulden niet te goeder trouw.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 9 januari 2025
[verzoeker] ,
[adres]
[postcode] [woonplaats] ,
verzoeker.
1 De procedure
Verzoeker heeft op 3 september 2024 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoeker is gehoord ter zitting van
19 december 2024.
Ter zitting van 19 december 2024 zijn verschenen en gehoord:
-
verzoeker;
-
de heer [persoon A] , werkzaam bij Schuldhulpverlening de Schie (hierna te noemen schuldhulpverlener).
2 De feiten
Verzoeker ontvangt inkomsten uit fulltime dienstverband voor onbepaalde tijd. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet
€ 72.753,84.
3 De beoordeling
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als, onder andere, voldoende aannemelijk is dat verzoeker ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest. De rechtbank oordeelt dat dit in het voorliggende geval niet aannemelijk is.
De goede trouw is een gedragsmaatstaf waaraan verzoeker dient te voldoen. Bij de beoordeling daarvan kan de rechter rekening houden met alle omstandigheden, zoals de aard en de omvang van de vorderingen, het tijdstip waarop de schulden zijn ontstaan, de mate waarin de verzoeker kan worden verweten dat de schulden zijn ontstaan en/of onbetaald gelaten, het gedrag van verzoeker voor wat betreft zijn inspanningen de schulden te voldoen of acties zijnerzijds om verhaal door de schuldeisers juist te frustreren en dergelijke. Verzoeker heeft een schuld aan de Belastingdienst ontstaan op 2 december 2023 van
€ 8.917,-. Deze schuld is naar zijn aard niet te goeder trouw. Daarnaast heeft verzoeker op 12 juni 2023 een schuld van € 12.684,91 laten ontstaan aan Asset Managing Partners B.V., die ziet op een zakelijk krediet. Verzoeker wist of had behoren te weten dat hij bij aangaan van dit krediet over onvoldoende middelen beschikte om het krediet terug te betalen. Deze schuld is ook naar zijn aard niet te goeder trouw ontstaan. De schulden staan aan toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling in de weg.
Feiten en omstandigheden die – ondanks het ontbreken van de goede trouw – toelating rechtvaardigen zijn niet voldoende aannemelijk geworden.
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden afgewezen.
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat dit niet betekent dat er geen andere feiten of omstandigheden zijn die eveneens tot afwijzing van het verzoek dienen te leiden.
4 De beslissing
De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2025.