Insolventierecht

Dwangakkoord afgewezen. Saneringskrediet. Aanbod niet maximaal haalbare. Verzoeker volgt een opleiding.

Rechtbank Rotterdam, 12 februari 2025

Zaakgegevens

Op 12 februari 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
12 februari 2025
Datum publicatie
25 februari 2025
Zaaknummer
FT RK 24/1349
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:2263
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dwangakkoord afgewezen. Saneringskrediet. Aanbod niet maximaal haalbare. Verzoeker volgt een opleiding.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

rekestnummer: [nummer]

uitspraakdatum: 12 februari 2025

afwijzen gedwongen schuldregeling

in de zaak van:

[verzoeker] ,

wonende te [adres]

[postcode] [woonplaats] ,

verzoeker.

1 De procedure

Verzoeker heeft op 30 september 2024, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a lid 1 Faillissementswet ingediend om één schuldeiser, te weten:

- Greenwheels, in behandeling bij Invorderingsbedrijf B.V., hierna te noemen: Greenwheels;

die weigert mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.

Ter zitting van 29 januari 2025 zijn verschenen en gehoord:

  • verzoeker;

  • mevrouw [persoon A] , werkzaam bij Geldplein Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening).

De schuldeiser is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 Het verzoek

Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift vijftien schuldeisers, waarvan één preferente en veertien concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 19.677,46 van verzoeker te vorderen. Verzoeker heeft bij brief van 19 juni 2024 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, inhoudende een betaling van 7,60% aan de preferente schuldeisers en 3,80% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.

Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoeker is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van zijn huidige inkomen uit arbeid en zijn studiefinanciering. Verzoeker volgt een opleiding, die naar verwachting nog twee jaar gaat duren. Volgens de aangeboden schuldregeling wordt het aangeboden percentage – door middel van een door schuldhulpverlening ter beschikking gesteld saneringskrediet – in één keer aan de schuldeisers uitgekeerd. Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat hij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden. Verzoeker heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en zijn vaste lasten worden inmiddels door zijn budgetbeheerder voldaan.

Veertien schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Greenwheels stemt hier niet mee in. Zij heeft meerdere vorderingen met een totaal bedrag van € 2.705,02 op verzoeker.

3 Het verweer

Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft de weigerende schuldeiser geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten schriftelijk dan wel ter zitting toe te lichten.

4 De beoordeling

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Greenwheels bij haar weigering vast.

De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Greenwheels in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.

De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt.

Vooropgesteld wordt dat de vordering van Greenwheels een niet te verwaarlozen aandeel vormt in de totale schuldenlast (te weten 13,8% daarvan). Gelet daarop zal niet snel kunnen worden geoordeeld dat Greenwheels in redelijkheid niet kon weigeren om met de schuldregeling in te stemmen.

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat moet worden geacht. Het aanbod betreft een saneringskrediet gebaseerd op de huidige inkomsten van verzoeker, bestaande uit inkomen uit arbeid en studiefinanciering. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is onvoldoende duidelijk geworden dat verzoeker niet in staat zou zijn om (minimaal) 36 uur per week te werken. Dat verzoeker ervoor kiest om te studeren is een omstandigheid die naar het oordeel van de rechtbank geen nadelige gevolgen voor de schuldeisers dient te hebben. Het aangeboden akkoord is dan ook niet het maximaal haalbare dat aan de schuldeisers aangeboden had kunnen worden.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de belangen van Greenwheels als weigerende schuldeiser zwaarder wegen dan die van verzoeker of de overige schuldeisers. Het verzoek om Greenwheels te bevelen in te stemmen met de door verzoeker aangeboden schuldregeling wordt daarom afgewezen.

De rechtbank zal bij afzonderlijke beslissing op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling beslissen.

5 De beslissing

De rechtbank:

- wijst af het verzoek om een gedwongen schuldregeling te bevelen.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.J. Tideman, rechter, en in aanwezigheid van
S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2025.