Insolventierecht
Tussentijdse beëindiging. Spijtoptant.
Rechtbank Rotterdam, 14 april 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:8657 · Rechtbank Rotterdam · 14 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2025-8657
Zaakgegevens
Op 14 april 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 14 april 2025
- Datum publicatie
- 16 juli 2025
- Zaaknummer
- FT RK 23/1008
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2025:8657
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Tussentijdse beëindiging. Spijtoptant.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
tussentijdse beëindiging
[insolventienummer]
uitspraakdatum: 14 april 2025
Bij vonnis van deze rechtbank van 12 februari 2024 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenaar] ,
[adres]
[postcode] [plaats] ,
schuldenaar,
bewindvoerder: N. Pavljasevic.
1 De procedure
Schuldenaar heeft de bewindvoerder op 11 november 2024 bericht dat hij – kort samengevat – een beroep doet op de spijtoptantregeling ex artikel 350, derde lid, onder g Faillissementswet. Schuldenaar heeft op 20 december 2024 na uitleg van de bewindvoerder over de consequenties van het beëindigen van de schuldsaneringsregeling uitdrukkelijk aangegeven dat hij geen gebruik meer wenst te maken van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De bewindvoerder heeft daarom op 20 december 2024 de rechter-commissaris verzocht de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen. De rechter-commissaris heeft daarmee niet ingestemd. De rechter-commissaris heeft aanleiding gezien schuldenaar eerst op te roepen voor een verhoor. Het verhoor heeft plaatsgevonden op 21 februari 2025. Schuldenaar is op dat verhoor niet verschenen. De bewindvoerder heeft daarom op 21 februari 2025 wederom de rechter-commissaris verzocht de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen. De rechter-commissaris heeft op 27 februari 2025 met dit verzoek ingestemd.
De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is behandeld ter zitting van 2 april 2025.
De bewindvoerder is verschenen en gehoord. Schuldenaar is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.
2 De beoordeling
De rechtbank stelt vast dat schuldenaar de toepassing van de schuldsaneringsregeling niet langer wenselijk acht. Sinds zijn beroep op de spijtoptantenregeling heeft schuldenaar zijn verplichtingen uit hoofde van de wettelijke schuldsaneringsregeling ten aanzien van de informatieverstrekking, de afdracht en inspanningsverplichting niet meer nagekomen. De toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt daarom beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder g van de Faillissementswet.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.
De rechtbank stelt verder vast dat er geen baten beschikbaar zijn om daaruit vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen. Er is daarom geen sprake van een faillissement van rechtswege zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde gaat.
3 De beslissing
De rechtbank:
- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 3.717,56.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Roos-van Toor, rechter, en in aanwezigheid van
mr. C. Hulsegge, griffier, in het openbaar uitgesproken op 14 april 2025.