Insolventierecht
Dwangakkoord toegewezen. Nulaanbod. Aanbod het maximaal haalbare.
Rechtbank Rotterdam, 22 mei 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:7148 · Rechtbank Rotterdam · 22 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2026-7148
Zaakgegevens
Op 22 mei 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 22 mei 2026
- Datum publicatie
- 22 juni 2026
- Zaaknummer
- NL:TZ:2608152:R-RK – NL:TZ:2608153:R-RK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:7148
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dwangakkoord toegewezen. Nulaanbod. Aanbod het maximaal haalbare.
Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
Team Insolventie
Zittingsplaats Rotterdam
Rekestnummer: [nummer]
Vonnis van 22 mei 2026
op het verzoek van
[naam] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats 1] , [geboorteland] ,
wonende te [adres] ,
verzoekster.
1 De procedure
Verzoekster heeft op 30 maart 2026, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om één schuldeiser, te weten:
- Stedin B.V., in behandeling bij Syncasso (hierna: Stedin);
die weigert mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Ter zitting van 11 mei 2026 zijn verschenen en gehoord:
-
verzoekster;
-
mevrouw J. Oliveira Pires, werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening);
-
mevrouw M. Martissen, werkzaam bij De Maas Dienstverlening B.V. (hierna: beschermingsbewindvoerder).
De weigerende schuldeiser is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.
2 Het verzoek
Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift negen schuldeisers, waarvan één preferent en acht concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 20.631,70 van verzoekster te vorderen. Verzoekster heeft bij brief van 8 juli 2025 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, die inhoudt dat geen uitdeling zal plaatsvinden aan de schuldeisers en waarbij aan de schuldeisers verzocht wordt de betreffende schulden kwijt te schelden. De schuldenlast betrof op dat moment € 20.951,34. De schuldenlast is derhalve lager geworden.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekster is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van haar Participatiewet-uitkering. Verzoekster heeft een ontheffing van de sollicitatieverplichting overgelegd over de periode 13 mei 2026 tot en met 13 september 2026. Ook volgt verzoekster een cursus die is gericht op het verbeteren van de Nederlandse taalvaardigheid. Daarnaast is verzoekster onder behandeling bij een psycholoog; waar zij wekelijks gesprekken mee voert. Uit het advies van de psycholoog kan de werkcoach van de Gemeente Rotterdam op dit moment niet opmaken dat het verrichten van betaalde arbeid haalbaar is. De werkcoach zal om die reden een aanvullend onderzoek laten uitvoeren door een psychisch adviseur. Dit onderzoek kan nog enige tijd op zich laten wachten. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan.
Acht schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Stedin stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 775,07 op verzoekster, welke 3,8% van de totale schuldenlast beloopt.
3 Het verweer
Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft Stedin geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten schriftelijk dan wel ter zitting toe te lichten.
4 De beoordeling
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Stedin bij haar weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Stedin in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank stelt allereerst vast dat de vordering van Stedin een gering aandeel vormt in de totale schuldenlast van 3,8%.
Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk acht van de negen schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan.
De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten Geldplein. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekster in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoekster een Participatiewet-uitkering ontvangt. Verzoekster heeft een ontheffing van de sollicitatieverplichting overgelegd over de periode 13 mei 2026 tot en met 13 september 2026. Ook volgt verzoekster een cursus die is gericht op het verbeteren van de Nederlandse taalvaardigheid. Daarnaast is verzoekster onder behandeling bij een psycholoog; waar zij wekelijks gesprekken mee voert. Uit het advies van de psycholoog kan de werkcoach van de Gemeente Rotterdam op dit moment niet opmaken dat het verrichten van betaalde arbeid haalbaar is. De werkcoach zal om die reden een aanvullend onderzoek laten uitvoeren door een psychisch adviseur. Dit onderzoek kan nog enige tijd op zich laten wachten. Voldoende aannemelijk is geworden dat de afloscapaciteit van verzoekster niet binnen afzienbare tijd zal toenemen. Voorts is ter onderbouwing van het verzoek een vtlb-berekening aangeleverd, waaruit blijkt dat verzoekster onder de huidige omstandigheden geen afloscapaciteit heeft. Gelet op het voorgaande is voldoende aannemelijk geworden dat verzoekster in de komende periode geen afloscapaciteit zal verkrijgen. Daarnaast is niet gebleken dat verzoekster over vermogensbestanddelen beschikt die waarde zouden kunnen opleveren voor de schuldeisers.
Uit het bovenstaande vloeit ook voort dat er geen reëel perspectief is op afloscapaciteit binnen een wettelijke schuldsaneringsregeling, zoals subsidiair verzocht. Dat betekent dat ook in de situatie dat de schuldsaneringsregeling (eventueel met een eerdere ingangsdatum) op verzoekster van toepassing zou zijn, er geen vooruitzicht is op een uitdeling aan de schuldeisers. Dat terwijl toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling aanzienlijke kosten met zich brengt, bestaande uit onder meer salaris voor de bewindvoerder en griffierecht. De verwachting is dat een groot deel van de wsnp-gerelateerde kosten ten laste van de Staat zouden moeten komen.
Gelet op die omstandigheden en het belang van verzoekster bij een schuldenvrije toekomst, dient het belang van verzoekster in dit geval naar het oordeel van de rechtbank te prevaleren boven het belang van Stedin.
Het verzoek om Stedin te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.
Stedin zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoekster niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.
De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoekster zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden en dat zij niet verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.
5 De beslissing
De rechtbank:
- beveelt Stedin om in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling;
- veroordeelt Stedin in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoekster begroot op nihil;
- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;
- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026.