Insolventierecht
Regeling wordt tussentijds beëindigd. Feiten en omstandigheden die bij toelating niet bekend waren…
Rechtbank Rotterdam, 23 juli 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:9989 · Rechtbank Rotterdam · 23 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2026-9989
Zaakgegevens
Op 23 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 23 juli 2026
- Datum publicatie
- 12 augustus 2026
- Zaaknummer
- FT RK 25-195
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:9989
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Regeling wordt tussentijds beëindigd. Feiten en omstandigheden die bij toelating niet bekend waren. Schuldenaar heeft zijn schulden niet te goeder trouw onbetaald gelaten. Hij heeft een letselschade-uitkering van € 193.500,-- aangewend voor verslavingen en overbestedingen, zonder zijn schulden te voldoen.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
tussentijdse beëindiging
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 23 juli 2026
Bij vonnis van deze rechtbank van 18 april 2025 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenaar] ,
wonende te [straatnaam] ,
[postcode] [woonplaats] ,
bewindvoerder: L. Hordijk.
1 De procedure
De bewindvoerder heeft de rechter-commissaris verzocht de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen. De rechter-commissaris heeft op 8 juni 2026 met dit verzoek ingestemd.
De rechtbank heeft de behandeling van de voordracht tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling bepaald op 25 juni 2026. Op verzoek van schuldenaar heeft de rechtbank de zitting aangehouden, en wel tot 16 juli 2026, teneinde schuldenaar in de gelegenheid te stellen een advocaat te zoeken die hem ter zitting kan bijstaan. Op 14 juli 2026 heeft schuldenaar nogmaals verzocht de zaak aan te houden omdat het hem niet is gelukt een advocaat te vinden. De rechtbank heeft niet met dit aanhoudingsverzoek ingestemd.
Ter zitting van 16 juli 2026 zijn verschenen en gehoord:
-
schuldenaar;
-
de heer L. Hordijk, bewindvoerder;
-
de heer [naam] , werkzaam bij Pameijer, wooncoach van schuldenaar.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2 De standpunten
Standpunt bewindvoerder
De bewindvoerder heeft geconstateerd dat schuldenaar in de periode tussen 4 februari 2022 en 1 december 2023 in totaal € 193.500,-- heeft ontvangen van een verzekeraar in verband met een letselschade-uitkering. Dat schuldenaar deze letselschade-uitkering heeft ontvangen was niet bekend bij de toelatingszitting, zodat de behandelend rechter niet heeft kunnen toetsen of de schulden te goeder trouw onbetaald zijn gelaten. Schuldenaar heeft de uitkering van € 193.500,-- volledig opgemaakt. De bewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat schuldenaar de verplichtingen, voortvloeiend uit de schuldsaneringsregeling, is nagekomen.
Standpunt schuldenaar
Schuldenaar heeft ter zitting verklaard dat hij het bedrag van € 193.500,-- heeft ontvangen in verband met een bedrijfsongeval dat hij heeft gehad. Schuldenaar stelt dat hij door het bedrijfsongeval in een ernstige depressie is geraakt. Hij was verslaafd aan drank en drugs en kreeg verslavende medicijnen tegen zijn lichamelijke klachten. Schuldenaar kan zich niet precies herinneren waarvoor hij het bedrag van € 193.500,-- heeft aangewend. Een groot deel is opgegaan aan drugs en gokken. Daarnaast heeft hij met het bedrag van € 193.500,-- voorzien in zijn levensonderhoud. Schuldenaar heeft niet bewust de vermelding van de letselschade-uitkering achtergehouden. Schuldenaar heeft melding gemaakt bij de schuldhulpverlenende instantie, Pameijer en overige instanties dat hij de letselschade-uitkering heeft ontvangen. Schuldenaar hield zich door zijn depressie niet met de schulden bezig en wist niet dat met het geld zijn schulden moest afbetalen. Als schuldenaar wist wat hij nu weet, dan had hij het anders aangepakt.
Standpunt wooncoach
De wooncoach heeft ter zitting verklaard dat het voor schuldenaar van groot belang is dat zijn schuldentraject goed wordt afgerond. Als de schuldsaneringsregeling tussentijds wordt beëindigd dan wordt er geen zorgindicatie meer afgegeven en raakt schuldenaar zijn urgentieverklaring voor een zelfstandige woonruimte kwijt. Bovendien zal de zorg met onmiddellijke ingang staken en wordt schuldenaar wederom dakloos.
Standpunt rechter-commissaris
Na de toelatingszitting is gebleken dat schuldenaar in de periode maart 2022 tot en met
17 november 2022 een letselschade-uitkering heeft ontvangen van € 193.500,-- in verband met een bedrijfsongeval. Dit bedrag is in de 20 daaropvolgende maanden uitgegeven. Uit een verklaring van schuldenaar van 20 mei 2026 blijkt dat voornoemd bedrag niet is besteed aan de op dat moment al bestaande schulden, maar onder meer aan drugs en overbesteding. Dit is niet gemeld tijdens de toelatingszitting. Het verzoekschrift is door schuldenaar ingediend op 4 februari 2025, zodat deze gedragingen volledig binnen de driejaarstermijn vallen. De rechter-commissaris ondersteunt de voordracht van de bewindvoerder.
3 De beoordeling
De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om na achttien maanden een schone lei te verkrijgen. Dit betekent in de voorliggende regeling dat een groot deel van de schuld van € 73.349,78 niet langer opeisbaar is. Tegenover dit perspectief staat een aantal niet lichtvaardig op te vatten verplichtingen. Zo dient de schuldenaar gedurende de toepassing van de regeling onder meer de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd te informeren, zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag af te dragen aan de boedelrekening en zich aantoonbaar tot het uiterste in te spannen om een fulltime dienstbetrekking te verkrijgen. Hiernaast mogen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling geen bovenmatige nieuwe schulden ontstaan. Van de schuldenaar wordt een actieve houding verwacht bij het naleven van voornoemde verplichtingen.
Goede trouw-toets
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als voldoende aannemelijk is dat schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest en dat hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
De goede trouw is een gedragsmaatstaf waaraan een schuldenaar dient te voldoen. Bij de beoordeling daarvan kan de rechter rekening houden met alle omstandigheden, zoals de aard en de omvang van de vorderingen, het tijdstip waarop de schulden zijn ontstaan, de mate waarin de schuldenaar kan worden verweten dat de schulden zijn ontstaan en/of onbetaald gelaten, het gedrag van schuldenaar voor wat betreft zijn inspanningen de schulden te voldoen of acties zijnerzijds om verhaal door de schuldeisers juist te frustreren en dergelijke.
De rechtbank stelt vast dat schuldenaar in de periode 4 februari 2022 tot en met
17 november 2022 in totaal een bedrag van € 193.500,-- heeft ontvangen in verband met een letselschade-uitkering. Schuldenaar heeft voornoemd bedrag aangewend om zijn verslavingen te bekostigen en voor overbesteding. Hij heeft met voornoemd bedrag niet zijn op dat moment bestaande schulden afgelost. Schuldenaar wist, althans behoorde te weten, dat hij met het bedrag van € 193.500,-- zijn schulden diende te betalen. Dat schuldenaar aan diverse instanties heeft meegedeeld dat hij het bedrag van €193.500,-- heeft ontvangen, maakt dit niet anders. Schuldenaar heeft een eigen verantwoordelijkheid. De rechtbank stelt vast dat schuldenaar zijn schulden niet te goeder trouw onbetaald heeft gelaten en acht de handelwijze van schuldenaar verwijtbaar. De gedragingen van schuldenaar vallen binnen de driejaarstermijn. Als deze feiten bekend waren geweest ten tijde van de toelatingszitting, dan hadden die aan toelating tot de schuldsaneringsregeling in de weg gestaan.
De toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder f, Faillissementswet.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.
4 De beslissing
De rechtbank:
- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 3.797,02.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.T.P. Pot, rechter, en in aanwezigheid van
C. van der Velde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026.