Personen- en familierecht
Verlenging ondertoezichtstelling. Zie ook ECLI:NL:RRBOT:2016:10495 en ECLI:NL:RBROT:2016:10496.
Rechtbank Rotterdam, 1 december 2017
ECLI:NL:RBROT:2017:10951 · Rechtbank Rotterdam · 1 december 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbrot-2017-10951
Zaakgegevens
Op 1 december 2017 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 1 december 2017
- Datum publicatie
- 15 september 2021
- Zaaknummer
- C/10/536511 / JE RK 17-3257
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2017:10951
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verlenging ondertoezichtstelling. Zie ook ECLI:NL:RRBOT:2016:10495 en ECLI:NL:RBROT:2016:10496.
Uitspraak
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/536511 / JE RK 17-3257
datum uitspraak: 1 december 2017
beschikking verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen de GI,
gevestigd te Amsterdam,
betreffende
[naam minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 2007 te [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] ,
[naam minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum minderjarige 2] 2009 te [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] ,
[naam minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum minderjarige 3] 2013 te [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [voornaam minderjarige 3] ,
[naam minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum minderjarige 4] 2013 te [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [voornaam minderjarige 4] ,
[naam minderjarige 5] , geboren op [geboortedatum minderjarige 5] 2016 te [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [voornaam minderjarige 5] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder] , hierna te noemen de moeder,
wonende te [woonplaats moeder] .
Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 4 oktober 2017, ingekomen bij de griffie op 5 oktober 2017.
De belanghebbende heeft niet aangegeven prijs te stellen op een mondelinge behandeling.
De feiten
Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] , [voornaam minderjarige 4] en [voornaam minderjarige 5] wordt uitgeoefend door de moeder en zij wonen bij de moeder.
Bij beschikking van 9 december 2016 zijn [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] , [voornaam minderjarige 4] en [voornaam minderjarige 5] onder toezicht gesteld tot 9 december 2017.
Het verzoek
De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling te verlengen van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] , [voornaam minderjarige 4] en [voornaam minderjarige 5] voor de duur van één jaar.
De beoordeling
Uit de overgelegde stukken volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] , [voornaam minderjarige 4] en [voornaam minderjarige 5] verlengen voor de duur van twaalf maanden.
De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] , [voornaam minderjarige 4] en [voornaam minderjarige 5] tot 9 december 2018;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van V.E. Scholtens als griffier en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2017. |
||
|
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof |
||