Personen- en familierecht

Rechtbank Rotterdam · Beschikking · Personen- en familierecht

Rechtbank Rotterdam, 7 januari 2020

Zaakgegevens

Op 7 januari 2020 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
7 januari 2020
Datum publicatie
14 februari 2020
Zaaknummer
C/10/586284 / JE RK 19-3501
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2020:1234
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verlenging OTS.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaakgegevens: C/10/586284 / JE RK 19-3501

datum uitspraak: 7 januari 2020

beschikking verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI,

gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 2005 te [geboorteplaats minderjarige 1] ,

hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] ,

[naam minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum minderjarige 2] 2006 te [geboorteplaats minderjarige 2] ,

hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] , hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] , hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats vader] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoek met bijlagen van de GI van 2 november 2019, ingekomen bij de griffie op 22 november 2019;

- een brief met bijlagen van de vader, ter zitting overgelegd.

Op 7 januari 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de minderjarigen [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] , die voorafgaand aan de zitting apart zijn gehoord,

- de moeder,

- de vader,
- een vertegenwoordiger van de GI, dhr. [naam vertegenwoordiger] .

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wordt uitgeoefend door de ouders.


Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen voor de duur van één jaar.

De GI handhaaft ter zitting het verzoek. De hulpverlening vanuit Enver is stopgezet vanwege bepaalde aanbestedingen van de gemeente. Deze hulpverlening wordt momenteel opnieuw aangevraagd. De komende periode dient te worden gewerkt aan verbetering van de communicatie tussen de ouders. Ook dient het contact tussen de moeder en [voornaam minderjarige 1] en de vader en [voornaam minderjarige 2] te worden hersteld.

De standpunten

De vader stemt ter zitting in met het verzoek van de GI. Het doel van de ondertoezichtstelling was om rust te creëren voor de kinderen. Deze doelstelling is vooralsnog niet bereikt. De vader wil dat er een plan van aanpak voor beide kinderen wordt opgesteld en dat hulpverlening wordt ingezet op de communicatie tussen de ouders. Ook moeten beide kinderen weer contact hebben met beide ouders. Wellicht kan parallel ouderschap worden ingezet.

De moeder stemt ter zitting in met het verzoek van de GI. Stilzwijgend lijkt er al sprake te zijn van een begin van parallel ouderschap. De moeder merkt dat er meer rust is gekomen voor de kinderen. Zij betreurt het echter dat zij momenteel geen contact heeft met [voornaam minderjarige 1] en wil graag dat het contact tussen haar en [voornaam minderjarige 1] wordt hersteld.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat de kinderen nog altijd ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De ouders zijn vooralsnog onvoldoende in staat om met elkaar te communiceren over zaken omtrent de kinderen. De kinderen worden hiermee belast en lijden daaronder. Daarnaast is het zorgelijk dat beide kinderen geen contact hebben met beide ouders. De kinderrechter acht het daarom van belang dat hulpverlening wordt ingezet op de vormgeving van het ouderschap van de ouders en dat wordt gewerkt aan contactherstel tussen de kinderen en de ouders.

Uit voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengen voor de duur van twaalf maanden.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tot 15 januari 2021;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.P. van der Stroom, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. C.N. Arduin als griffier en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.