Personen- en familierecht
Wet zorg en dwang (Wzd), rechterlijke machtiging, 24 Wzd
Rechtbank Rotterdam, 6 november 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:12905 · Rechtbank Rotterdam · 6 november 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbrot-2020-12905
Zaakgegevens
Op 6 november 2020 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 6 november 2020
- Datum publicatie
- 4 februari 2021
- Zaaknummer
- C/10/606535 / FA RK 20-8238
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2020:12905
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wet zorg en dwang (Wzd), rechterlijke machtiging, 24 Wzd
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/606535 / FA RK 20-8238
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 6 november 2020 betreffende een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
het CIZ,
met betrekking tot:
[naam cliënt] ,
geboren op [geboortedatum cliënt] ,
hierna: cliënt,
wonende en verblijvende aan [adres cliënt] ,
advocaat mr. L.C. Baars te Schiedam.
1. Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 22 oktober 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
-
de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door [naam 1] , arts, van 30 september 2020;
-
de aanvraag voor een rechterlijke machtiging van 1 oktober 2020.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 6 november 2020.
Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:
-
cliënt met zijn hiervoor genoemde advocaat;
-
[naam 2] , zoon van betrokkene;
-
[naam 3] , schoondochter van betrokkene;
-
[naam 4] , casemanager, verbonden aan Laurens.
2. Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten een uitgebreide neurocognitieve stoornis (gevorderde Dementie).
Het gedrag van cliënt leidt als gevolg van deze psychogeriatrische aandoening tot ernstig nadeel. Het ernstig nadeel is gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Bij cliënt wordt de laatste periode een flinke achteruitgang gezien. Er is bij cliënt sprake van stoornissen in het korte- en langetermijngeheugen, executieve functiestoornissen en stoornissen in oriëntatie en tijd. Cliënt heeft geen ziektebesef of -inzicht. Hij is ervan overtuigd dat alles goed gaat. De casemanager geeft echter aan dat hij steeds afhankelijker wordt van zijn vrouw. Dit zorgt voor spanningen. Cliënt kan boos en agressief richting haar reageren en heeft zijn echtgenote twee keer buiten de deur gezet. Ook voor zijn maaltijdvoorziening is hij geheel afhankelijk van zijn echtgenote. Cliënt heeft laatst nog een maaltijd bevroren opgegeten. Cliënt moet constant in de gaten worden gehouden. Er is 24-uurs zorg en sturing nodig. Dit kan alleen in een instelling worden geboden.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf. Cliënt wil thuis blijven wonen.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.
3. Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van [naam cliënt] voornoemd;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 6 mei 2021.
|
Deze beschikking is op 6 november 2020 mondeling gegeven door mr. L.R. Prins, rechter, in tegenwoordigheid van M. Streefland, griffier en op 16 november 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend. |
||
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.