Personen- en familierecht
Voortzetting inbewaringstelling art.37 Wet zorg en dwang. Psychogeriatrische aandoening ziekte van Alzheimer.
Rechtbank Rotterdam, 1 april 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:3241 · Rechtbank Rotterdam · 1 april 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbrot-2020-3241
Zaakgegevens
Op 1 april 2020 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 1 april 2020
- Datum publicatie
- 10 april 2020
- Zaaknummer
- C/10/594095 / FA RK 20-2210
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2020:3241
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voortzetting inbewaringstelling art.37 Wet zorg en dwang. Psychogeriatrische aandoening ziekte van Alzheimer.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/594095 / FA RK 20-2210
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 1 april 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
het Centrum Indicatiestelling Zorg, hierna: CIZ,
met betrekking tot:
[naam cliënt] ,
geboren op [geboortedatum cliënt] , [geboorteplaats cliënt] , [geboorteland cliënt] ,
hierna: cliënt,
wonende [adres cliënt] , [woonplaats cliënt] ,
thans verblijvende in Stichting Lelie Zorggroep, verpleeghuis Siloam te Rotterdam,
advocaat mr. J.A. van Gemeren te Rotterdam.
1. Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 31 maart 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
? de beschikking van de burgemeester van 30 maart 2020;
? de verklaring van drs. S. Geldermans, arts, van 30 maart 2020;
? het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg d.d. 23 mei 2019;
? de aanvraag van 31 maart 2020.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 1 april 2020, in het gebouw van de rechtbank Rotterdam. Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) gelijktijdig telefonisch gehoord:
? cliënt met zijn hierboven genoemde advocaat;
? [naam specialist] , specialist ouderengeneeskunde, en
? [naam psychiater] , psychiater, beiden verbonden aan Stichting Lelie Zorggroep, verpleeghuis Siloam;
? [naam zoon betrokkene] , zoon van betrokkene.
2. Beoordeling
Op grond van artikel 37 Wzd in samenhang gelezen met de artikelen 38 en 39 Wzd kan de rechter op verzoek van het CIZ met betrekking tot een cliënt een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verlenen, indien de burgermeester ten aanzien van deze cliënt op grond van artikel 29 lid 1 en 2 Wzd een last tot inbewaringstelling heeft afgegeven.
Op 30 maart 2020 heeft de burgemeester van de gemeente Rotterdam ten behoeve van cliënt een last tot inbewaringstelling genomen.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er
sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van cliënt als gevolg van zijn psychogeriatrische aandoening, te weten de ziekte van Alzheimer, dit ernstig nadeel veroorzaakt.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van cliënt sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel en ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang.
Bij cliënt is sprake van de ziekte van Alzheimer. Cliënt is achterdochtig, geagiteerd, ontremd, impulsief en heeft moeite met het vinden van woorden. Daarnaast is cliënt niet meer zelfredzaam zonder dat hem vaste structuur en begeleiding geboden wordt. Cliënt heeft voorafgaand aan de opname zichzelf in zijn woning opgesloten, is op straat verdwaald aangetroffen door de politie en lag voornamelijk in bed zonder persoonlijke verzorging en zonder eten of drinken. Cliënt heeft geen ziekte-inzicht of besef. Voorts is er geen steunsysteem; zijn vrouw is begin maart 2020 naar Thailand vertrokken en zij kan vanwege het coronavirus niet op korte termijn terugkeren. De kinderen kunnen de zorg niet meer aan en opschalen van de thuiszorg is niet afdoende.
Volgens de specialist ouderengeneeskunde is cliënt op 24 februari jl. tegen het advies in ontslagen. Cliënt zou de zorg vrijwillig accepteren en zijn vrouw nam hem weer mee naar huis. Kort daarna vertrok de vrouw naar Thailand en heeft zij cliënt alleen achtergelaten. Hierop volgde weer een opname. De thuissituatie is te onveilig en de thuiszorg is met een uur per dag onvoldoende. Op grond van de diagnose heeft cliënt 24-uurs zorg en toezicht nodig waardoor een opname noodzakelijk is.
Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is
voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Cliënt verzet zich tegen een voortzetting van in de accommodatie. Cliënt geeft herhaaldelijk aan naar huis te willen en weg te willen uit het verpleeghuis.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes weken.
3. Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van [naam cliënt] voornoemd;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 mei 2020.
|
Deze beschikking is op 1 april 2020 mondeling gegeven door mr. A.C. Siemons, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier en op 9 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend. |
||
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.