Personen- en familierecht
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 26 Wzd. Geen sprake van verzet bij cliënt.
Rechtbank Rotterdam, 15 april 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:3616 · Rechtbank Rotterdam · 15 april 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbrot-2020-3616
Zaakgegevens
Op 15 april 2020 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 15 april 2020
- Datum publicatie
- 20 april 2020
- Zaaknummer
- C/10/594873 / FA RK 20-2625
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2020:3616
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 26 Wzd. Geen sprake van verzet bij cliënt.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/594873 / FA RK 20-2625
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 15 april 2020 betreffende een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 26 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
het Centrum Indicatiestelling Zorg, hierna: CIZ,
met betrekking tot:
[naam cliënt] ,
geboren op [geboortedatum cliënt] ,
hierna: cliënt,
wonende te [adres cliënt] [postcode] [woonplaats cliënt] ,
thans verblijvende in Verpleeghuis Het Parkhuis te Dordrecht
advocaat mr. M.G. Hoogerwerf te Dordrecht.
1. Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 14 april 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
-
het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van
13 februari 2020; -
de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door M. Al Hassany, arts, van
25 maart 2020; -
de aanvraag voor een rechterlijke machtiging van 26 maart 2020;
-
de verklaring van de zorgaanbieder Het Parkhuis van de accommodatie waarin cliënt is opgenomen van 31 maart 2020;
-
het zorgplan van 23 maart 2020.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 april 2020. Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch gehoord:
-
cliënt met haar hiervoor genoemde advocaat;
-
[naam arts] , arts, en
-
[naam verpleegkundige] , verpleegkundige, beiden verbonden aan verpleeghuis Het Parkhuis;
-
[naam neef cliënt] , neef van cliënt.
2. Beoordeling
De rechter kan op verzoek van het CIZ een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een geregistreerde accommodatie verlenen als bedoeld in artikel 24 lid 1 Wzd. De machtiging kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de rechter het gedrag van de cliënt als gevolg van haar psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, dan wel als gevolg van een daarmee gepaard gaande psychische stoornis of een combinatie daarvan leidt tot ernstig nadeel. Daarnaast zijn de opname en het verblijf noodzakelijk om het nadeel te voorkomen of af te wenden en zijn er geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
De arts verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat cliënt ten tijde van de aanvraag agressie en verzet vertoonde. Echter, heeft cliënt in de afgelopen twee tot drie weken geen verzet vertoond. Tevens accepteert cliënt de zorg en de medicatie die haar wordt aangeboden. De rechtbank heeft hiermee vastgesteld dat cliënt zich niet verzet tegen opname en verblijf in de accommodatie.
Gelet op het voorgaande wordt het verzoek afgewezen.
3. Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek af.
|
Deze beschikking is op 15 april 2020 mondeling gegeven door mr. D.Y.A. van Meersbergen, rechter, in tegenwoordigheid van S.S. Rigters, griffier, en op 20 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend. |
||
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.