Personen- en familierecht
“Toewijzing verzoek machtiging uithuisplaatsing tot 18e levensjaar. Gewezen ttv corona.”
Rechtbank Rotterdam, 18 mei 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:4994 · Rechtbank Rotterdam · 18 mei 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbrot-2020-4994
Zaakgegevens
Op 18 mei 2020 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 18 mei 2020
- Datum publicatie
- 8 juni 2020
- Zaaknummer
- C/10/590457 / JE RK 20-279 & C/10/593666 / JE RK 2
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2020:4994
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
“Toewijzing verzoek machtiging uithuisplaatsing tot 18e levensjaar. Gewezen ttv corona.”
Uitspraak
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/590457 / JE RK 20-279 & C/10/593666 / JE RK 20-790
datum uitspraak: 18 mei 2020
beschikking verlenging uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,
betreffende
[naam kind] , geboren op [geboortedatum kind] 2002 te [geboorteplaats kind] ,
hierna te noemen [naam kind] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 7 februari 2020 en de daaraan
ten grondslag liggende stukken;
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 19 maart 2020, ingekomen bij de griffie op 20 maart 2020.
Op 18 mei 2020 zou de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandelen. Vanwege het beleid van de Raad voor de rechtspraak om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zoals dat op www.rechtspraak.nl is gepubliceerd, heeft er geen fysieke zitting plaatsgevonden. Gelet hierop heeft de kinderrechter de betrokkenen telefonisch gehoord.
Telefonisch gehoord zijn:
- [naam kind] , die voorafgaand aan het telefoongesprek met de overige betrokkenen apart is gehoord,
- de moeder,
- een vertegenwoordigster van de GI, [naam vertegenwoordigster] .
De kinderrechter is van oordeel dat deze manier van horen – gelet op de huidige uitzonderlijke omstandigheden – op dit moment voldoende is om tot een goed oordeel te komen.
De feiten
Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder. [naam kind] verblijft in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.
Bij beschikking van 22 januari 2020 is de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengd tot
2 september 2020. De kinderrechter heeft bij beschikking van 7 februari 2020 de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 25 mei 2020. Het overige verzochte is aangehouden.
De (aangehouden) verzoeken
De GI heeft verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 2 september 2020.
De GI heeft de verzoeken gehandhaafd en als volgt telefonisch toegelicht. [naam kind] verblijft inmiddels in een kamertrainingscentrum. Haar plaatsing verloopt positief. Ook is [naam kind] aangenomen bij een school, waarvoor zij gemotiveerd is. Daarnaast is de band tussen [naam kind] en haar moeder verbeterd.
Het standpunt van de moeder
Door de moeder is ingestemd met de verzoeken van de GI. Sinds [naam kind] haar eigen plek heeft, is de verstandhouding tussen de moeder en [naam kind] verbeterd. De moeder en [naam kind] hebben dagelijks contact met elkaar. [naam kind] is gegroeid en de moeder past dat wat zij bij MST heeft geleerd toe.
De beoordeling
Uit de overgelegde stukken en wat door de betrokkenen telefonisch naar voren is gebracht is gebleken dat er sprake was van een verstoorde ouder-kind relatie. Na rijp beraad is besloten dat het perspectief van [naam kind] beter niet meer bij de moeder thuis kan liggen. Begin mei kon [naam kind] vanuit de crisisopvang doorstromen naar een kamertrainingscentrum. Zij heeft het naar haar zin en het gaat goed met haar. Wel komen er bepaalde zaken naar boven waarmee [naam kind] nog moet leren omgaan. Dat lijkt haar goed te lukken. Vanuit het kamertrainingscentrum kan [naam kind] hiervoor begeleiding krijgen. [naam kind] is aangenomen op een school en is hiervoor ook gemotiveerd. Daarnaast is de band tussen de moeder en [naam kind] verbeterd en hebben zij dagelijks contact.
Uit het voorgaande volgt dat de verlenging van de uithuisplaatsing van [naam kind] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek).
De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 2 september 2020;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van D. van der Aa als griffier en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2020. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 5 juni 2020. |
||
|
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof |
||