Personen- en familierecht

“Verlenging ondertoezichtstelling. Vervolg op ECLI:NL:RBROT:2020:12814.”

Rechtbank Rotterdam, 3 december 2021

Zaakgegevens

Op 3 december 2021 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
3 december 2021
Datum publicatie
2 maart 2022
Zaaknummer
C/10/627040 / JE RK 21-2729
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2021:13425
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

“Verlenging ondertoezichtstelling. Vervolg op ECLI:NL:RBROT:2020:12814.”

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/627040 / JE RK 21-2729

Datum uitspraak: 3 december 2021

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam kind], geboren op [geboortedatum kind] 2015 te [geboorteplaats kind],

hierna te noemen: [naam kind].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder],

hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[naam vader],

hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 14 oktober 2021, ingekomen bij de griffie op dezelfde datum;

- het gezinsplan van 25 oktober 2021, ingekomen bij de griffie op dezelfde datum.

Op 3 december 2021 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Verschenen is een vertegenwoordiger van de GI,

[naam].

De moeder en vader zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen ter zitting.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders.

[naam kind] woont bij de moeder.

Bij beschikking van 2 december 2020 is de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengd tot

12 december 2021.

Het verzoek

De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [naam kind] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en verwezen naar de ingediende stukken.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat er nog steeds sprake is van een ontwikkelingsbedreiging. De afgelopen periode is gebleken dat de ouders nog onvoldoende in staat zijn om een rustige en stabiele verzorgings- en opvoedingssituatie te bieden aan [naam kind]. Voor beide ouders zijn er nog diverse doelen waaraan zij werken, zoals bijvoorbeeld hun emotieregulatie. Daarnaast is het belangrijk dat de moeder weerbaar blijft ten opzichte van de vader. De GI dient verder zicht te houden op de ontwikkeling van [naam kind], gezien de gebeurtenissen in het verleden.

Gezien het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium zoals genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom het – niet weersproken – verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezicht-stelling van [naam kind] toewijzen.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind] tot 12 december 2022;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2021 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M. Hermans als griffier.

Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 17 december 2021.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.